NGV-Geonieuws 22 artikel 218

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2002, jaargang 4 nr. 10 artikel 218

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 22! Op de huidige pagina is alleen artikel 218 te lezen.

<< Vorig artikel: 217 | Volgend artikel: 219 >>

218 Egyptische woestijn werd op catastrofale wijze overstroomd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De geograaf I.A. Brookes (verbonden aan de York University in Toronto) heeft satellietbeelden bestudeerd die de LANDSAT nam van de Westelijke Woestijn in Egypte. Op de foto’s zijn twee enorme plateaus (van resp. zo’n 20.000 en 2000 km2) te zien die in het geologische verleden door een enorme overstroming moeten zijn getroffen. In de plateaus, die bestaan uit kalkstenen uit het Eoceen (55-35 miljoen jaar geleden), blijken zeer grote 'groeven' te zijn uitgeslepen.

De afmetingen van de 'groeven' die het water in de kalksteen uitsleet lopen sterk uiteen, maar de meest uitgesproken groeven die op de LANDSAT-foto’s konden waargenomen waren 1-30 km lang en honderd meter tot een kilometer breed. Alle groeven vertonen dezelfde van zuidoost naar noordwest lopende richting. De korte groeven zijn in het algemeen een beetje gebogen; de langere vertonen een meer heen en weer gaande loop, waarbij ze soms in elkaar overgaan. Dit beeld is (zij het op veel kleinere schaal) ook bekend van rivierpatronen met een onregelmatige aanvoer van water, met soms plotseling enorme watermassa’s die tot ver boven het bestaande ondiepe geulenpatroon uitkomen.

Net als in dergelijke rivieren komen in de op het plateau voorkomende geulen grote grindmassa’s voor. Die vertonen bovendien karakteristieken die kenmerkend zijn voor afzettingen van zulke vlechtende rivieren. Omdat alternatieve verklaringen voor de geulen niet houdbaar blijken, komt Brookes tot de conclusie dat het plateau in het verre verleden door een geweldig krachtige hoeveelheid water moet zijn overstroomd. Dat die watermassa een exceptionele omvang moet hebben gehad, blijkt uit de afmetingen van de uitgesleten groeven.

Brookes kon niet met zekerheid vaststellen waar de enorme watermassa’s vandaan kwamen die voor een dergelijke catastrofale overstroming nodig zijn geweest. Wel is bekend dat het afwateringspatroon in het verleden anders was dan nu. Op basis van de daarover bekende gegevens komt Brookes tot de hypothese dat er ten zuiden van het gebied een groot meer moet hebben bestaan, dankzij een grote natuurlijke dam. Die dam kan, bijv. bij een aardbeving, zijn doorgebroken (het gebied werd 10-15 miljoen jaar geleden opgeheven, wat een bewijs is voor tektonische activiteit die met aardschokken gepaard kan gaan). Een andere mogelijkheid is dat het water in het meer door voortgaande toevoer van rivierwater bleef stijgen, totdat de dam overliep, waarna binnen zeer korte tijd een steeds diepere geul in de dam werd uitgesleten (zoals dat ook bij het vollopen van de Middellandse Zee gebeurde), waardoor een enorme vloedgolf kon ontstaan. Op basis van andere geologische gegevens moet deze catastrofale overstroming tussen 24 en 7 miljoen jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Referenties:
  • Brookes, I.A., 2001. Possible Miocene catastrophic flooding in Egypt’s Western Desert. Journal of African Earth Sciences 32, p. 325-333.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Enorme overstroming erodeerde de Egyptische woestijn' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (26 januari 2002).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl