NGV-Geonieuws 24 artikel 229

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juli 2002, jaargang 4 nr. 12 artikel 229

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 24! Op de huidige pagina is alleen artikel 229 te lezen.

<< Vorig artikel: 228 | Volgend artikel: 230 >>

229 Temperatuur op aarde stijgt door samenspel van mens en natuur
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Uit talrijke metingen is bekend dat de atmosferische concentratie van een aantal gassen waarvan sommige onderzoekers veronderstellen dat ze bijdragen aan een broeikaseffect (koolzuurgas, methaan, stikstofoxiden, fluor-chloor-koolwaterstoffen), sinds de industriŽle revolutie is toegenomen. Deze toename van de concentraties, waarvan het verloop in de tijd goed bekend is, is door de milieuonderzoekers Robert Kaufmann (Universiteit van Boston) en David Stern (Rijksuniversiteit van AustraliŽ in Canberra) vergeleken met de wereldwijde temperatuurstijging die in dezelfde tijd aan het aardoppervlak optrad (het gaat om de laatste 130 jaar). Ze deden dat voor het noordelijk en zuidelijk halfrond afzonderlijk, omdat de industrialisatie op het noordelijk halfrond veel sterker is geweest dan op het zuidelijk halfrond.

Voor de vergelijking pasten ze een tamelijk ingewikkelde statistische techniek toe (co-integratie), omdat met die techniek een aantal hinderlijke factoren (zoals slechte metingen) kunnen worden geŽlimineerd. Daardoor is dit het eerste onderzoek dat statistisch gezien betekenis heeft voor het verband tussen menselijke activiteit en temperatuur; het is immers onafhankelijk van de (vaak weinig betrouwbare) klimaatmodellen die tot nu toe werden gehanteerd om het verband te bewijzen.

Een van de meest interessante uitkomsten is dat de uitstoot van broeikasgassen, de uitstoot van zwavelverbindingen en de variaties in zonneactiviteit geen van alle op zich de gemeten temperatuurstijging kunnen verklaren; integendeel, het elimineren van een van deze parameters leidt tot grotere verschillen met de werkelijkheid dan uit een gezamenlijk verband volgt. Hieruit moet worden geconcludeerd dat het dit samenspel van menselijke en natuurlijke factoren is die tot de waargenomen temperatuurstijging leidt. Dit is vooral interessant - en stof voor veel discussie - omdat het enerzijds aangeeft dat de menselijke activiteit op zich de temperatuurstijging niet kan verklaren, maar anderzijds dat de stijging zonder menselijke activiteit ook niet te verklaren is.

De invloed van menselijke activiteit blijkt op de twee halfronden verschillend, wat op zich ook weer een bewijs is dat de temperatuurstijging verband houdt met deze activiteit. Maar het verband ligt anders dan men op het eerste gezicht geneigd zou te denken. Op het noordelijk halfrond wordt de temperatuurstijging ten gevolge van de uitstoot van koolzuurgas namelijk tenietgedaan door de daling die een gevolg is van de uitstoot van zwavelverbindingen; er is geen waarneembaar gezamenlijk effect, volgens de onderzoekers. Op het zuidelijk halfrond, waar weliswaar minder koolzuurgas is uitgestoten maar waar de uitstoot van zwavelverbindingen nog veel lager was, is het effect veel gemakkelijker waar te nemen.

De tegengestelde effecten van koolzuurgas en zwavelverbindingen op de temperatuur aan het aardoppervlak mogen niet worden gebruikt als argument dat industriŽle activiteit op zich weinig effect zou hebben. Dat het gezamenlijk effect tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog (het begin van een nieuwe golf van industrialisatie) en het begin van de zeventiger jaren bijna nihil was, kwam doordat de uitstoot van beide stoffen toen op het noordelijk halfrond ongeveer gelijk op ging. Nadien zijn echter de emissies van zwavelverbindingen steeds verder teruggedrongen (vooral vanwege de aanpak van 'zure regen'), waardoor het effect van koolzuurgas veel sterker tot uitdrukking komt.

De onderzoekers maken uit hun analyses op dat een stijging van de koolzuurgasconcentratie in de atmosfeer ten opzichte van het niveau vůůr de industriŽle revolutie zal leiden tot een temperatuurstijging van gemiddeld 2,3-3,5 ?C op het noordelijk halfrond, en van 1,7-2,2 ?C op het zuidelijk halfrond. Dit niveau zou, uitgaande van de huidige ontwikkelingen, in de loop van de 22e eeuw kunnen worden bereikt.

Referenties:
  • Kaufmann, R.K. & Stern, D.I., 2002. Cointegration analysis of hemispheric temperature relations. Journal of Geophysical Research 107.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl