NGV-Geonieuws 26 artikel 238

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2002, jaargang 4 nr. 14 artikel 238

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 26! Op de huidige pagina is alleen artikel 238 te lezen.

<< Vorig artikel: 237 | Volgend artikel: 239 >>

238 Duingebied bij Castricum herbergt innovatieve ploegsporen uit IJzertijd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het zogeheten toekerende ploegen (de methode van ploegen waarbij een lange streep grond in één keer geheel ondersteboven wordt gekeerd) stamt niet, zoals tot nu toe algemeen aangenomen uit de tijd van Karel de Grote, maar werd reeds in de Midden-IJzertijd toegepast. Dat blijkt uit uitzonderlijk fraai bewaard gebleven ploegsporen die de boeren die omstreeks 400 voor Christus het huidige duingebied nabij Castricum bewoonden, hebben achtergelaten.


NIVEAU MET ZODEKERENDE PLOEGSPOREN PUT CASTRICUM

De ploegsporen zijn korte tijd zichtbaar geweest in de wanden van een soort bouwput die in maart was ontstaan doordat het Provinciaal Waterbedrijf Noord-Holland een waterverdeelstation uit bedrijf had genomen en dat vervolgens ook verwijderde. Deze 'bouwput' had wanden waarin diverse akker- en cultuurlagen te zien waren, onderling gescheiden door lagen van stuifzand; dit pakket werd in de put afgedekt door de zogeheten Jonge Duinen, die zich na omstreeks 1250 ontwikkelden. De bouwput van aanzienlijke grootte is door zowel aardwetenschappers als archeologen nauwkeurig onderzocht om een beter inzicht te krijgen in de ontwikkeling van dit gebied, waar omstreeks 2000 v.Chr. nog een open zeegat lag; duizend jaar later was de opening sterk vernauwd, en zo’n honderd jaar na het begin van onze jaartelling was het estuarium ter plaatse in ieder geval reeds geheel afgedamd. Omstreeks 900 n.Chr. had zich zelfs een grote strandwal ter plaatse ontwikkeld, waardoor de directe toegang tot Amsterdam vanuit de Noordzee definitief onmogelijk werd - totdat het Noordzeekanaal werd gegraven.

De afwisseling van zwarte akkerlagen en heldere (lichtgelige) stuifzanden in de bouwput maakte het mogelijk om de bodemverstoringen ten gevolge van het ploegen tot in detail te zien. Het duidelijkste ploegniveau betreft namelijk een fase waarin duinzand over een akkerland begon te stuiven. De bij het ploegen gevormde zoden, waarvan het onderste deel oorspronkelijk bestond uit een zwarte akkerbodem en het topdeel uit licht duinzand, liggen nu omgekeerd, waardoor parallel aan elkaar gelegen lichte banen in de zwarte akkerbodem te zien zijn.

Het ploegen vond kennelijk plaats op een moment dat de akker ondergestoven begon te worden door duinzand dat als een tong werd afgezet voor een duin dat zich - onder invloed van de overheersende westenwind - langzaam naar het oosten verplaatste. De afwisseling van cultuurlagen en stuifzanden wijst erop dat dit proces van duinvorming dat leefgemeenschappen dreigde te bedelven, zich herhaaldelijk heeft afgespeeld. Dat gebeurde trouwens ook elders in het duingebied aan de oostzijde van de Noordzee. De sporen die daarvan in de loop der tijd zijn aangetroffen, wijzen erop dat het hele duingebied vanaf de IJzertijd bewoond moet zijn geweest, al is dat waarschijnlijk niet overal gelijktijdig en continu het geval geweest. Maar landbouw werd op betrekkelijk grote schaal bedreven, zij het uiteraard met eenvoudige hulpmiddelen. Daarvan getuigen ook de talrijke sporen van spitwerk, die zowel in de 'bouwput' bij Castricum als op vele plaatsen elders in het duingebied langs de Noordzee zijn aangetroffen.

Referenties:
  • Loon., A.J. van, gebaseerd op eigen veldwaarneming met Sedimentologische Kring KNGMG.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Duingebied herbergt sporen agrarische innovatie in IJzertijd' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (30 maart 2002).

Afbeelding beschikbaar gesteld door A.J. van Loon


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl