NGV-Geonieuws 27 artikel 240

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Augustus 2002, jaargang 4 nr. 15 artikel 240

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 27! Op de huidige pagina is alleen artikel 240 te lezen.

<< Vorig artikel: 239 | Volgend artikel: 241 >>

240 Tyrannosaurus rex was geen hardloper
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Uit films etc. ontstaat het beeld dat Tyrannosaurus rex een felle jager was die met grote snelheid achter zijn prooi aanjoeg. De werkelijkheid was echter anders. John Hutchinson, een bioloog van de Universiteit van California, en Mariano Garcia, een biomechanicus van de Stanford Universiteit, komen tot die conclusie op basis van hun biomechanisch onderzoek naar de spieren van het monster. Volgens hen had deze verschrikkelijke dinosauriŽr domweg niet genoeg spieren om zo hard te lopen.

Eerder werd verondersteld dat T. rex hoge snelheden kon halen, tot wel 70 km per uur. Die aanname kwam niet tot stand op de manier waarop dat voor de grote plantenetende dinosauriŽrs vaak gebeurt, namelijk aan de hand van voetsporen die ze hebben achtergelaten en die (soms) nog in het gesteente zijn terug te vinden. Aan de stand van de poten, en veranderingen in de onderlinge afstand tussen opeenvolgende stappen, is bij die sporen nauwkeurig te bepalen wanneer die planteneters van normaal lopen overgingen op rennen (bijv. omdat ze op de vlucht sloegen voor een roofdier zoals T. rex). Van grote vleesetende dinosauriŽrs zijn echter nooit zulke sporen gevonden.

Om de snelheid te bepalen waarmee Tyrannosaurus rex zich kon voortbewegen, moesten paleontologen dus een andere manier verzinnen. Ze deden dat op basis van de opbouw en samenstelling van de gefossiliseerde botten die werden gevonden; die werden dan vergeleken met de botten van recent levende dieren van ongeveer gelijke afmetingen en gewicht (voor zover die bestaan), en waarvan - uiteraard - de snelheid van lopen en rennen bekend is. Aan de hand van die gegevens werd voor T. rex, die een gewicht moet hebben gehad van ca. 6000 kg, een snelheid van zoín 70 km per uur verondersteld.

Nu is een geheel nieuwe benadering gevolgd. Daarbij werd berekend hoeveel spiermassa nodig zou zijn om een dier zoals T. rex een snelheid te geven van 72 km/uur. Die berekening konden ze uitvoeren omdat hij bij die snelheid net zoveel kracht op de grond moet hebben uitgeoefend als kangoeroes en struisvogels (die zich, net als T. rex, op twee poten voortbewegen). Voor die berekeningen moesten uiteraard tal van karakteristieken van de dino in beschouwing worden genomen, zoals de aanhechting van de spieren en de lengte van de spiervezels. Dankzij goed gefossiliseerde exemplaren is over die anatomische gegevens gelukkig veel bekend.

T. rex kon volgens deze berekeningen een snelheid van 72 km/uur alleen halen als hij aan elke achterpoot zoín 2850 kg aan spiermassa zou hebben bezeten. Dat moet echter veel minder zijn geweest: ca. 600 kg. Daarmee kan hij volgens de onderzoekers niet harder hebben gerend dan ongeveer 40 km/uur, wat overigens een snelheid is die gelijkstaat aan het wereldrecord sprint op de 100 m! Overigens zal T. rex, net als topsprinters, die snelheid maar zeer zelden hebben gehaald. In de meeste gevallen zal hij normaal hebben 'gewandeld', waarbij hij overigens nog altijd de respectabele snelheid van ca. 18 km/uur kan hebben gehaald, ongeveer driemaal zo snel als iemand die stevig doorloopt.

Ondanks de afwijkende conclusies lijkt het erop dat de nu gevolgde berekeningsmethode betrouwbaar is, want de onderzoekers pasten dezelfde berekeningsmethode met succes toe op dieren die nu nog leven. Zo vonden ze - in overeenkomst met de werkelijkheid - dat een alligator geen echte sprinter is, maar dat een kip wel hard kan rennen. Bij het bepalen van de snelheid die een dier kan halen, blijkt de lichaamsgrootte een voorname rol te spelen. Want zou de kip, net als T. rex, een gewicht hebben van zoín 6000 kg, dan zou zijn snelheid namelijk volgens de berekeningen minimaal zijn. We zullen het beeld van de fel jagende Tyrannosaurus rex dus helaas (?) moeten bijstellen: hij jaagde zijn prooidieren waarschijnlijk zelden na, maar overviel hen mogelijk vanuit een hinderlaag. Want dat veel van zijn prooidieren - plantenetende dinosauriŽrs, wel hard konden rennen, dat staat vast.

Referenties:
  • Biewener, A.A., 2002. Walking with tyrannosaurs. Nature 415, p. 971-973.
  • Hutchinson, J.R. & Garcia, M., 2002. Tyrannosaurus was not a fast runner. Nature 415, p. 1018-1021.
  • Stokstad, E., 2002. T. rex was no runner, muscle study shows. Science 295, p. 1620-21.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl