NGV-Geonieuws 28 artikel 245

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2002, jaargang 4 nr. 16 artikel 245

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 28! Op de huidige pagina is alleen artikel 245 te lezen.

<< Vorig artikel: 244 | Volgend artikel: 246 >>

245 Erosie gaat soms extreem langzaam
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het algemeen geldt dat erosie sterker is naarmate een gesteentepakket hoger uitsteekt boven zijn omgeving. Voor bijv. de Himalaya’s wordt een erosiesnelheid aangenomen van plaatselijk enkele centimeters per jaar. Op minder uitspringende rotsmassa’s, zoals die bijvoorbeeld voorkomen op de oude Precambrische schilden, ligt de erosiesnelheid vaak op ongeveer een millimeter per jaar. Dat duidelijk boven het landschap uitstekende rotspartijen relatief snel geërodeerd worden, blijkt echter lang niet altijd op te gaan. Twee Amerikaanse onderzoekers hebben onderzoek verricht waaruit blijkt dat de erosie van zulke rotsmassa’s soms zelfs uitzonderlijk langzaam verloopt. Ze deden dat via onderzoek van enkele Australische inselbergs (dat zijn delen van een gebergte die door erosie van het gebergte geďsoleerd zijn geraakt, en zo als het ware bergtoppen vormen in de vlakte die zich door erosie voor het gebergte heeft ontwikkeld).

De snelheid waarmee de inselbergs ter plaatse - die al zo’n 100 miljoen jaar bestaan - zijn geërodeerd, kon niet direct worden vastgesteld, omdat het geërodeerde materiaal voor het grootste deel via waterstromen is afgevoerd, en omdat dergelijk erosiemateriaal ook niet of nauwelijks is te dateren. De onderzoekers gebruikten daarom een bijzondere methode: ze maten de hoeveelheid deeltjes die door het altijd doorgaande 'bombardement' van kosmische straling in het gesteente aanwezig was. Het gaat daarbij vooral om de isotopen beryllium-10 en aluminium-26.

De onderzoekers wisten hoeveel van dergelijke deeltjes in het gesteente van oorsprong aanwezig waren: dat konden ze vaststellen aan de hand van gesteentemonsters afkomstig van plaatsen die niet aan het kosmische bombardement blootgesteld waren. Door daarnaast 61 monsters te analyseren van plaatsen die volledig aan het kosmische bombardement blootstaan, konden ze vaststellen hoeveel van dergelijke deeltjes in het gesteente moeten worden toegeschreven aan de werking van de kosmische straling. Omdat de hoeveelheid van deze deeltjes in de kosmische straling bekend is, konden ze ook vaststellen hoelang de gesteenten aan de kosmische straling blootgesteld waren geweest.

Uit de analyse bleek dat de gesteenten (granieten) niet voldoende kosmische deeltjes bevatten om aan te nemen dat ze gedurende hun hele bestaan aan kosmische straling blootgesteld waren geweest: er waren kosmische deeltjes 'verdwenen'. Dat kan alleen worden verklaard door aan te nemen dat er toch, langzaam maar zeker, steeds materiaal van de buitenkant van het graniet wordt geërodeerd. Het 'tekort' aan kosmische deeltjes is ook een maat voor de snelheid waarmee die erosie plaatsvindt. Die blijkt in de orde van grootte te liggen van 0,3 mm per jaar, een van de laagst bekende waarden op aarde.

Hoewel deze erosiesnelheid zeer gering is, zou hij toch betekenen dat de inselbergs in de loop van hun bestaan volledig zouden moeten zijn afgesleten tot het niveau van hun omgeving. Dat is niet gebeurd. De verklaring hiervoor is dat die omgeving (een vlakte) aan een even snelle erosie blootstaat, waardoor het hoogteverschil tussen inselbergs en vlakte voortdurend in stand is gebleven. Het is zelfs niet uit te sluiten dat de vlakte iets sneller wordt geërodeerd dan de inselbergs, waardoor die als het ware steeds verder boven de vlakte zijn uitgegroeid.

Referenties:
  • Biermann, P.R. & Caffee, M., 2002. Cosmogenic exposure and erosion history of Australian bedrock landforms. Geological Society of America Bulletin 114, p. 787-803.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl