NGV-Geonieuws 28 artikel 246

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2002, jaargang 4 nr. 16 artikel 246

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 28! Op de huidige pagina is alleen artikel 246 te lezen.

<< Vorig artikel: 245 | Volgend artikel: 247 >>

246 Afschuiving van Kilauea in zee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op 8 november 2000 schoof een kilometers groot fragment van de vulkaan Kilauea (Hawaii) de zee in. Het was een verplaatsing van niet meer dan ongeveer 8 cm. Maar het ging wel om een stuk van ca. 20 km lang en 10 km breed, met een gemiddelde dikte van ook nog eens zoín 10 km. In totaal bewoog er dus een massa van ongeveer 2000 kubieke kilometer. Dat is een onvoorstelbare massa. Velen hebben de indrukwekkende instorting gezien van de krater van Mount St. Helens, enkele jaren geleden. Die indrukwekkende afschuiving is op video vastgelegd (onder meer te bezichtigen in het bezoekerscentrum bij die vulkaan). Het ging daarbij echter 'slechts' om zoín drie kubieke kilometer die afgleed. Niet meer dan 0,15% van de massa die bij de Kilauea in beweging kwam.


EEN DEEL VAN DE IN ZEE WEGGEZAKTE FLANK VAN DE KILAUEA

Veel vulkanen vertonen op een zeker moment afglijdingen. Nieuwe lavastromen maken de vulkaan steeds hoger, en steeds steiler, waardoor de hellingen op den duur instabiel worden. De onderzoekers vermoeden dat het afglijden van een stuk van de Kilauea op gang werd gebracht doordat het negen dagen eerder heftig had geregend: er viel toen in korte tijd een meter regen. Daardoor was de bodem met water verzadigd geraakt. Afglijdingen treden dan gemakkelijk op. Bovendien was de kraterpijp van de vulkaan door de zware regenval met water gevuld geraakt. Dat veroorzaakte een buitenwaarts gerichte druk op de flanken van de vulkaan die waarschijnlijk ook aan het proces heeft bijgedragen. Dat kon des te gemakkelijker omdat er reeds een breuklijn in de flank bestond.

Abrupt afglijden kan catastrofale gevolgen hebben. Als een grote massa materiaal plotseling in zee schuift, ontstaat er namelijk een vloedgolf. Bij de Kilauea gebeurde het afschuiven, zoals vastgesteld door een team van Amerikaanse aardwetenschappers, zo langzaam (het nam 36 uur om de totale verschuiving van 8 cm te bereiken) dat er nauwelijks een effect in zee was waar te nemen. Maar als het een afschuiving was geweest die zo snel ging als bij Mount St. Helens, dan had er een vloedgolf van tussen de 10 en 20 m hoog kunnen ontstaan. Degelijke vloedgolven kunnen ook optreden bij aardbevingen; ze hebben in de loop der tijd in kustgebieden vele duizenden doden geŽist. De vraag is nu natuurlijk of er nog verdere afschuivingen te verwachten zijn; het ziet er op het eerste gezicht schrikbarend uit, want in de omgeving van Hawaii liggen op de zeebodem zoín zeventig gebieden waar afgegleden materiaal van vulkanen terecht is gekomen. Volgens Steven Ward (Universiteit van California) vindt een grote afschuiving zoals die van 2000 gemiddeld slechts eenmaal per 10.000 jaar plaats.

Referenties:
  • Cervelli, P., Segall, P., Johnsdon, K., Lisowski, M. & Miklius, A., 2000. Sudden aseismic fault slip on the south flank of Kilauea volcano. Nature 415, p. 1014-1018.
  • Ward, S.N., 2000. Slip-sliding away. Nature 415, p. 973-974.

Afbeelding is van Peter Cervelli, Stanford University.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl