NGV-Geonieuws 28 artikel 247

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2002, jaargang 4 nr. 16 artikel 247

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 28! Op de huidige pagina is alleen artikel 247 te lezen.

<< Vorig artikel: 246 | Volgend artikel: 248 >>

247 Dinoís liepen in veelsoortige kuddes rond
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Julia Day, Paul Upchurch en David Norman van de Universiteit van Cambridge hebben, samen met Andrew Gale van de Universiteit van Greenwich en Philip Powell van het Museum voor Natuurlijke Historie van de Universiteit van Oxford opmerkelijke sporen van plantenetende dinosauriŽrs gevonden. Ze deden hun ontdekking in de White-Limestone Formatie (163 miljoen jaar oud, Midden-Jura) in een groeve in Oxfordshire (Engeland). Het opmerkelijke van hun vondst is dat uit de sporen kan worden opgemaakt dat verschillende soorten dinosauriŽrs gezamenlijk kuddes vormden.

De onderzoekers troffen veertig kortere en langere sporen aan, die tot ruim 180 m lang waren. Die hadden de dinoís achtergelaten op een modderig strand. Omdat op een dergelijk strand bij nieuw hoogwater alle eerdere sporen worden uitgewist - tenzij ze, zoals in dit geval, door bijzondere omstandigheden al snel konden fossiliseren - moeten die sporen vrijwel tegelijk zijn ontstaan. En dat kan niet gebeurd zijn doordat de dinoís op het strand heen en weer liepen, want alle sporen wijzen in dezelfde richting. De onderzoekers concluderen daaruit dat het om een kudde moet zijn gegaan die langs het strand trok.

Uit de afdrukken leiden de onderzoekers af dat het moet zijn gegaan om zogeheten sauropoden, een groep grote dinosauriŽrs. Er moeten minimaal twee verschillende typen dinoís binnen de kudde aanwezig zijn geweest. Dat concluderen ze op grond van de vorm. Een eerste type afdrukken is D-vormig en vertoont naar buiten gerichte tenen, waarvan de eerste - in tegenstelling tot de andere tenen - ging klauw lijkt te hebben bezeten. De linker- en rechterpoten stonden ver uiteen, de achterpoten (waarvan betrekkelijk weinig afdrukken werden gevonden omdat het gewicht daar kennelijk minder zwaar op rustte dan op de voorpoten) nog meer dan de voorpoten. Bij het tweede type zijn de afdrukken elliptisch en moet de eerste teen wel een klauw hebben gehad; de linker- en rechterpoten staan dicht bij elkaar.

Op basis van deze pootafdrukken konden de onderzoekers niet vaststellen om welke soort het ging. Het laatstgenoemde type sporen is zo gewoon bij sauriŽrs dat er eigenlijk helemaal niets over te zeggen valt. Het eerste type kan echter volgens de onderzoekers, vanwege het ver uiteen neerzetten van de linker- en rechterpoten, mogelijk worden toegeschreven aan vertegenwoordigers van de TitanosauriŽrs, een groep van - zoals de naam al aangeeft - grote afmetingen.

Dat verschillende soorten gezamenlijk in kuddes optrokken, is een nieuw gegeven, al werd daarover wel eerder gespeculeerd. Grote kuddes kunnen immers meer weerstand bieden aan roofdieren (er zijn in de nabijheid ook enkele sporen van vleesetende dinoís aangetroffen). De dinoís volgden op hun tocht door hun gevaarlijke 'Jurassic Park' dus in feite dezelfde tactiek als de boeren die in vroeger tijden door indianenland naar het Wilde Westen reden. Alleen liep deze kudde niet naar het westen, maar naar het noorden.

Referenties:
  • Day, J.J., Upchurch, P., Norman, D.B., Gale, A.S. & Powell, H.Ph., 2002. Sauropod trackways, evolution and behavior. Science 296, p. 53-62.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl