NGV-Geonieuws 28 artikel 248

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2002, jaargang 4 nr. 16 artikel 248

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 28! Op de huidige pagina is alleen artikel 248 te lezen.

<< Vorig artikel: 247 | Volgend artikel: 249 >>

248 Atmosferische circulatie boven land tijdens ijstijd anders dan gesuggereerd door oceanische gegevens
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Analyse van de karakteristieken van duinen in Oman door drie Zwitserse geologen toont aan dat de mondiale circulatiepatronen in de atmosfeer tijdens de laatste 160.000 jaar anders waren dan tot nu toe werd aangenomen op basis van gereconstrueerde veranderingen in oceanische circulatiepatronen. Voor de huidige en toekomstige leefbaarheid van grote gebieden (waarvan het Arabisch Schiereiland slechts een beperkt deel uitmaakt) is dat belangrijk, omdat van dit circulatiepatroon afhangt hoe de luchtvochtigheid en de neerslag veranderen wanneer door wereldwijde klimaatveranderingen de Intertropische Convergentiezone (die de moessons mede bepaalt) van positie verandert, zoals dat ook tijdens het IJstijdvak herhaaldelijk lijkt te zijn gebeurd.

De moesson in het gebied van de Indische Oceaan bepaalt nog net de windcirculatie in het gebied waar Oman ligt, maar de regenval wordt er in Oman niet of nauwelijks meer door beïnvloed. De moesson zorgt er in de zomer nu voor een serie opeenvolgende lagedrukcellen die gepaard gaan met relatief veel wind uit het zuidwesten, terwijl er in de winter juist doorlopend een hogedrukgebied ligt met geringe wind. Hoe de moesson het klimaat in Oman in de laatste ijstijd beïnvloedde, werd eerder onder meer gereconstrueerd op basis van veranderende intensiteiten van opwellend water in die zee, alsook op basis van de vondst van stuifmeel (in boorkernen) dat tijdens de ijstijd met de wind werd meegevoerd naar de toen drooggevallen Arabische Zee; die reconstructies wezen op zomer- en wintermoessons, die toen niet vooral (zoals nu) uit het zuidwesten kwamen, maar hoofdzakelijk uit het noordwesten. De omstandigheden boven land blijken nu echter veel beter te kunnen worden gereconstrueerd op basis van geologische karakteristieken die te danken zijn aan atmosferische processen (waaronder een overheersende windrichting) boven het land zelf, die onder meer bewaard zijn gebleven in de opbouw van woestijnduinen.


WOESTIJNDUIN

Voor analyse van die duinen kozen de onderzoekers de Wahiba Sands, een gebied van zo’n 10.000 km2, dat zich over een lengte van 100-200 km uitstrekt tussen de kust en het Oman-gebergte. De duinen reiken er in het noorden tot ongeveer 150 m hoog. Uit de samenstelling van de korrels in de duinen blijkt dat veel materiaal is aangevoerd tijdens een ijstijd, toen door de veel lagere zeespiegel een deel van de Perzische Golf was drooggevallen en door winderosie werd aangetast. Op basis van datering via thermoluminescentie blijkt dat dit vooral gebeurde tijdens het zogeheten Laat Glaciale Maximum (ca. 25.000-15.000 jaar geleden). Er werden ook zes bodems aangetroffen; die werden gevormd tijdens perioden met meer neerslag, zodat zich vegetatie kon ontwikkelen. De eerste periode met nattere tijden (van elk enige honderden tot enige duizenden jaren) moet hebben geduurd van zo’n 160.000-140.000 jaar geleden. Soortgelijke ontwikkelingen vonden ook enkele malen later plaats.

Deze observaties leidden tot de volgende reconstructie. Tijdens de diverse ijstijden van het Pleistoceen diende de toen drooggevallen Perzische Golf als bron van zand dat met de wind werd meegevoerd naar het Arabisch Schiereiland. Stof werd via de troposfeer duizenden kilometers meegevoerd, vooral onder invloed van een NW-ZO georiënteerde straalstroom die gedurende de winter over de hogedrukcel boven noordelijk Oman liep of gedurende de zomer over de moesson-inversie. Dit atmosferisch circulatiepatroon, dat volgens de Zwitserse onderzoekers representatief is voor grote landgebieden tijdens de ijstijd, week dus boven land sterk af van wat eerder op basis van oceanische gegevens werd verondersteld.

Referenties:
  • Preusser, F., Radies, D. & Matter, A., 2002. A 160,000-year record of dune development and atmospheric circulation in southern Arabia. Science 296, p. 2018-2020.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Landklimaat beter af te lezen aan duinen dan aan oceanen' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (22 juni 2002).

Afbeelding met toestemming van Travelmarker


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl