NGV-Geonieuws 29 artikel 250

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2002, jaargang 4 nr. 17 artikel 250

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 29! Op de huidige pagina is alleen artikel 250 te lezen.

<< Vorig artikel: 249 | Volgend artikel: 251 >>

250 Extreem vroege vogels?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Paleontologen zijn voor een raadsel gesteld door een groot aantal loopsporen. Het gaat om afdrukken die zeer grote gelijkenis vertonen met die van vogels (afbeelding). Ze zijn echter 'veel te oud', want ze zijn door Argentijnse onderzoekers in hun eigen land aangetroffen in een pakket dat 80 meter ligt onder een basaltlaag die met radiometrische methoden is gedateerd als 212,5 miljoen (Ī 7 miljoen) jaar. De laag met de loopsporen kan daarom niet jonger zijn dan Laat-Trias. In hetzelfde pakket is trouwens ook gefossiliseerd hout gevonden van het geslacht Rhexoxylon, dat alleen uit Midden- en Laat-Trias bekend is. Over de ouderdom van de loopsporen bestaat dus weinig twijfel.




De oudst bekende vogel tot nu toe is Archaeopteryx, die nog primitieve kenmerken vertoont die de afstamming van sauriŽrs verraden. Deze 'oervogel' stamt echter uit het Laat-Jura en dateert van zoín 150 miljoen jaar geleden. Als de in ArgentiniŽ aangetroffen sporen echt van vogels afkomstig zijn, zou daarmee de hele ontwikkelingsgeschiedenis van deze groep meer dan 50 miljoen jaar terug in de tijd worden verlegd, en bovendien zou dat ook moeten zijn gebeurd via een heel andere lijn dan tot nu toe werd verondersteld. De onderzoekers hebben daarom uitgezocht op het wellicht zou kunnen gaan of een tot nu toe onbekend type sauriŽrs, dat al enkele vogelkenmerken bezat, waaronder typische vogelpoten. Ze merken daarbij op dat er nooit botten zijn gevonden van dergelijke sauriŽrs, en dat het ook in dat geval dus moeten gaan om een volstrekt nieuwe groep.

Of de afdrukken het meest met die van vogels of juist met die van sauriŽrs overeenkomen, hebben de onderzoekers uitgezocht door tal van kenmerken te bepalen en op te meten. Dat betreft onder meer de verhouding tussen lengte en breedte van de sporen, de onderlinge hoeken tussen de drie voortenen en de stand van de achterste teen, de plaats waar het grootste gewicht op de poot rustte (af te leiden uit de diepte van de indruk), de afdrukken die de klauwen maakten, etc. Op basis van deze gegevens komen de onderzoekers tot de conclusie dat het gaat om typische kenmerken van vogels.

De sporen moeten zijn ontstaan in een tijdelijk poeltje, dat aan de randen ondieper was dan in het midden. De sporen vertonen ook het typische onregelmatige patroon van vogels die in zoín plas lopen te zoeken naar voedsel. Daar staat dan weer wel tegenover dat er geen sporen zijn gevonden die erop wijzen dat de vogels iets van of uit de bodem oppikten, zoals tegenwoordige vogels veel doen. Dat zou echter kunnen worden verklaard door aan te nemen dat deze extreem vroege vogels geen bodemdieren of -planten als voedsel zochten, maar visjes of andere zwemmende organismen uit het water oppikten.

Referenties:
  • Melchor, R.N., De Valais, S. & Genise, J.F., 2002. Bird-like fossil footprints from the Late Triassic. Nature 417, p. 936-938.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Oeroude vogelsporen in ArgentiniŽ vormen een vreemd mysterie' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (6 juli 2002).

Afbeeldingen beschikbaar gesteld door Ricardo Melchor.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl