NGV-Geonieuws 29 artikel 252

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2002, jaargang 4 nr. 17 artikel 252

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 29! Op de huidige pagina is alleen artikel 252 te lezen.

<< Vorig artikel: 251 | Volgend artikel: 253 >>

252 Inslagkrater onder de Noordzee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De nog steeds tamelijk zeldzame inslagkraters op aarde bevinden zich bijna alle op het land. Onder de bodem van de Noordzee, zo地 200 km ten noordwesten van De Helder, is nu echter ook een inslagkrater ontdekt. Dat stelt tenminste een groep Britse onderzoekers, maar zij tekenen wel aan dat de gevonden structuur in sommige opzichten afwijkt van de inslagkraters zoals die op aarde en een aantal planeten van ons zonnestelsel bekend zijn.


STRUCTUUR VAN DE INSLAGKRATER (FORMATIES UIT TERTIAIR EN KWARTAIR WEGGEDACHT)

De structuur is gevonden bij 3-D seismisch onderzoek, naar het mogelijk voorkomen van structuren die olie of gas zouden kunnen bevatten. Het gaat om een structuur met een doorsnede van 20 km, die op z地 minst 10 concentrische ringen vertoont op een afstand van 2-10 km vanuit het middelpunt. Het is deze merkwaardige configuratie van concentrische ringen die afwijkt van het gangbare patroon van inslagkraters. Daar staat tegenover dat zich in het midden van de schotelvormige depressie een soort piek bevindt, en een dergelijke piek is nu juist weer kenmerkend voor inslagkraters. De concentrische ringen zouden kunnen zijn veroorzaakt door verzakkingen die hetzij tijdens, hetzij na de inslag hebben plaatsgevonden.

De krater is nu bedekt met enkele honderden meters Tertiaire en Kwartaire afzettingen, maar verstoort kalkstenen uit het Krijt en onderliggende schalies uit de Jura. De inslag zou volgens de stratigrafische gegevens zo地 65-60 miljoen jaar geleden moeten zijn gevormd; in theorie zou het dus kunnen gaan om een brok dat losgeraakt is van de veel grotere bolide die door zijn inslag de massauitsterving op de grens tussen Krijt en Tertiair in gang zette. Dit brokstuk moet, op basis van de structuur die het veroorzaakte, een doorsnede hebben gehad van ongeveer 200 m, en de aarde onder een vrij scherpe hoek hebben geraakt. Hoewel er geen vergelijk mogelijk is met 'de grote inslag' op de K/T-grens, moeten de directe gevolgen toch aanzienlijk zijn geweest. Het brokstuk moet - gezien het krijt dat de bovenste verstoringen vertoont - in de Krijtzee terecht zijn gekomen, die destijds (afhankelijk van de plaats en het precieze tijdstip van inslaan) 50-300 m diep was. In de Krijtzee zal een enorme vloedgolf zijn opgetreden, die het omringende land zwaar moet hebben getroffen. Sporen daarvan zijn overigens nooit gevonden. Daarvoor waren de effecten wellicht ook niet ernstig genoeg: een brokstuk van zo地 200 m in doorsnede treft de aarde gemiddeld eens per 10.000 jaar. Alleen al sinds het begin van het Pleistoceen, zo地 goede 2 miljoen jaar geleden, moeten er dus al ruim 200 vergelijkbare brokstukken op aarde terecht zijn gekomen, en na het brokstuk dat de structuur in de Noordzee veroorzaakte, zelfs zo地 7000.

Referenties:
  • Spray, J.G., 2002. Impacts in the round. Nature 418, p. 487-488.
  • Stewart, S.A. & Allen, Ph.J., 2002. A 20-km-diameter multi-ringed impact structure in the North Sea. Nature 418, p. 520-523.

Afbeelding beschikbaar gesteld door Simon Stewart.


Copyright ゥ NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl