NGV-Geonieuws 29 artikel 253

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 September 2002, jaargang 4 nr. 17 artikel 253

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 29! Op de huidige pagina is alleen artikel 253 te lezen.

<< Vorig artikel: 252 | Volgend artikel: 254 >>

253 RNA geÔsoleerd uit oud steenzout
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In de afgelopen tien jaar zijn er methoden ontwikkeld waarmee DNA kon worden geÔsoleerd uit organische restanten van enkele duizenden jaren oud. Ook zijn er publicaties verschenen over DNA dat werd geÔsoleerd uit fossielen van miljoenen jaren oud, maar al die publicaties wierpen toch vragen op over de betrouwbaarheid, bijv. vanwege de kans op verontreiniging met recent DNA. Daar staat dan weer tegenover dat er al meer dan een eeuw onderzoeken bestaan dat er in steenzout (haliet: NaCl) microorganismen voorkomen die zeer lang in staat zouden zijn om dat uiterst agressieve milieu zeer lang te overleven, en die zich daarna zelfs weer zouden kunnen vermenigvuldigen. Ook over die waarnemingen bestaan trouwens twijfels, omdat onvoldoende duidelijk was of de in het zout opgesloten microorganismen daarin ook werkelijk ten tijde van de steenzoutvorming (door indamping van zeewater) waren opgenomen; er waren suggesties dat dat ook later gebeurd zou kunnen zijn, bijv. via breukvlakken die zich in het zout ontwikkelden.


VLOEISTOFINSLUITSEL MET (WAARSCHIJNLIJK) ORGANISCH MATERIAAL IN HALIETKRISTAL

Engelse onderzoekers hebben zich nu gestructureerd over dat probleem gebogen. Ze verzamelden een aantal monsters van verschillende zout-afzettingen, waarvan ze met petrografische en geochemische technieken de ouderdom bepaalden. De monsters uit Polen, Thailand, BraziliŽ en de Verenigde Staten varieerden in leeftijd van 11-15,8 miljoen jaar (Mioceen, Polen) tot 415-425 miljoen jaar (Laat-Siluur; Michigan, Verenigde Staten).

In de geanalyseerde monsters werden 168 DNA-fragmenten aangetroffen, die met biochemische technieken werden vermenigvuldigd, en die bleken te behoren tot 16S r-RNA genen. Dit genetisch identificeerbare materiaal kwam in diverse monsters voor, zowel in de jongste als in de oudste. De verschillen in het genetische materiaal wijzen op populaties van uiteenlopende soorten microorganismen; bij de monsters van 65-96 miljoen jaar (Thailand), 113-119 miljoen jaar (BraziliŽ) en van 415-425 miljoen jaar (Michigan) ging het uitsluitend om verschillende typen bacteriŽn; geen van deze bacteriŽn komt overeen met bekende recent levende soorten. Dat is op zich al een bewijs dat er geen sprake kan zijn met recente verontreinigingen; dat de verschillende monsters ook verschillende typen DNA opleverden, is daarvoor een tweede bewijs.

De onderzoekers isoleerden de microorganismen uit pekelbelletjes in halietkristallen. Op basis van de samenstelling van de pekel (die in twee laboratoria onafhankelijk van elkaar werd bepaald) kon worden vastgesteld dat die belletjes ten tijden van de indamping moeten zijn gevormd. De kristalletjes kwamen verder uit zorgvuldig uitgezochte delen van de afzetting, waar geen latere verstoring kan hebben gezorgd voor rekristallisatie. Dat betekent dat de in de belletjes opgesloten microorganismen moeten hebben geleefd op het moment dat het steenzout werd gevormd.

Referenties:
  • Fish, S.A., Shepherd, Th.J., McGenity, T.J. & Grant, W.D., 2002. Recovery of 16S ribosomal RNA gene fragments from ancient halite. Nature 417, p. 432-436.

Afbeelding beschikbaar gesteld door William D. Grant, University of Leicester.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl