NGV-Geonieuws 31 artikel 260

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Oktober 2002, jaargang 4 nr. 19 artikel 260

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 31! Op de huidige pagina is alleen artikel 260 te lezen.

<< Vorig artikel: 259 | Volgend artikel: 261 >>

260 Mantelpluim onder IJsland komt van grote diepte
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

IJsland is niet veel anders dan een hoog (en daardoor boven zeeniveau uitstekend) deel van de Mid-Atlantische Rug. Deze rug die, net als de andere midoceanische ruggen, vele duizenden kilometers lang is, is een gevolg van het uiteendrijven van twee aardschollen die als het ware meedrijven op de convectiestromen die delen van de aardmantel en aardkorst voortdurend ten opzichte van elkaar laten bewegen (continentverschuiving). Waar de convectiestromen omhoogkomen (zoals bij de midoceanische ruggen), welt heet magma uit het binnenste der aarde op. Dat verklaart de vulkanische aard van de mid-oceanische ruggen, en dus ook van IJsland.


MET TOMOGRAFIE VERKREGEN BEELD VAN DE MANTELPLUIM ONDER IJSLAND

Bij IJsland is er echter, net als bij bijv. Hawa´, sprake van een extra sterke opwelling van magma (dat verklaart waarom hier de vulkanische toppen tot boven zeeniveau uitsteken). De sterke opwelling van magma zorgt voor relatief hoge temperaturen in de ondergrond (hot spots), wat er in IJsland mede toe geleid heeft dat er veel aardwarmte beschikbaar is (voor onder meer de verwarming van sommige trottoirs die daardoor in de winter sneeuwvrij blijven). De sterke opwelling van magma bij hot spots hangt gewoonlijk samen met zogeheten mantelpluimen; deze rijzen, net als zoutdiapieren, uit een 'reservoir' omhoog en dringen daarbij in het bovenliggende materiaal binnen. De meeste deskundigen hielden het erop dat de mantelpluim onder IJsland diep in de aardmantel begint, maar daar zijn nooit echt harde bewijzen voor gevonden.

Een team van Amerikaanse en IJslandse onderzoekers is er nu echter in geslaagd om nauwkeuriger beelden van de mantelpluim te krijgen. Eerdere beelden, uit 1997, wezen er al op dat de pluim op grote diepte begon, maar zeker was dat nog niet. In 2000 werden die beelden opnieuw ge´nterpreteerd, maar toen kwamen de onderzoekers zelfs tot de uitspraak dat ze niet met zekerheid tussen een diepe en een ondiepe herkomst van de mantelpluim konden beslissen. Die onzekerheid is nu weggenomen. Dat is niet te danken aan betere beelden, maar aan een nieuwe manier waarop de onderzoekers het model dat de diepte moet reconstrueren op basis van de beelden, hebben verfijnd. Ze zijn nu wel in staat om de diepte te bepalen waarop een mantelpluim ontstaat. Zo konden ze, op basis van de beelden die al eerder waren verkregen, vaststellen dat de mantelpluim onder IJsland zijn oorsprong inderdaad diep in de aardmantel heeft.

Referenties:
  • Wolfe, C.J., Bjarnason, I.Th., VanDecar, J.C. & Solomon, S.C., 2002. Assessing the depth resolution of tomographic models of upper mantle structure beneath Iceland. Geophysical Research Letters 29 (2): 10.1029/2001GL013657.

Afbeelding welwillend ter beschikking gesteld door Cecily J. Wolfe, Geophysics & Planetology, University of Hawaii at Manoa, Honolulu.


Copyright ę NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl