NGV-Geonieuws 32 artikel 266

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 November 2002, jaargang 4 nr. 20 artikel 266

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 32! Op de huidige pagina is alleen artikel 266 te lezen.

<< Vorig artikel: 265 | Volgend artikel: 267 >>

266 CO2 in ijs van Antarctica heeft geen relatie met vroegere temperaturen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Boven Lake Vostok, een subglaciaal meer van enorme afmetingen op Amerika, is een boring in het ijs geplaatst; oorspronkelijk met de bedoeling om door de hele ijskap heen te boren, maar bij nader inzien is men ruim boven het huidige ijsdak boven het meer gestopt. De kans dat het langdurig van de buitenwereld afgesloten meer (met al dan niet een eigen - primitief - ecosysteem) met microorganismen uit de huidige 'buitenwereld' zou worden verontreinigd, werd te groot geacht.

Dat betekent echter niet dat er geen interessante resultaten zijn behaald. Die zijn er in ruime mate, doordat het ijspakket volledig in de vorm van boorkernen is bemonsterd. Zo bevat het gehele ijspakket kleine luchtbelletjes, waarvan de samenstelling die van de atmosfeer representeert op het moment dat de neerdwarrelende sneeuwvlokken een poriŽnrijk sneeuwpakket opbouwden. Op die wijze vormen de luchtbelletjes in het ijs van Antarctica een ononderbroken archief van de samenstelling van de atmosfeer. Dat maakt het dus mogelijk om ook de (natuurlijke) variaties in de concentratie van koolzuurgas (CO2) in de atmosfeer te reconstrueren.

Klimatologen bestuderen deze concentratieveranderingen (en tal van andere parameters) om daaruit wetmatigheden te leren kennen die kunnen helpen om de relatie tussen atmosfeer (bijv. koolzuurgasconcentratie) en klimaat beter te begrijpen. Dat is van groot economisch belang, omdat de politiek veel kostbare maatregelen neemt die gebaseerd zijn op de breed gedragen veronderstelling dat een stijging van het CO2-gehalte leidt tot een verhoging van de temperatuur (broeikaseffect) - en omgekeerd.

Twee onderzoekers die naar een dergelijk verband op zoek gingen in de boorkernen van het ijs boven Lake Vostok hebben een door weinigen verwacht resultaat gevonden: bij het begin van de ijstijden die de boorkern omvat, loopt de verandering van het CO2-gehalte in de atmosfeer niet vooruit op de temperatuurverandering, maar volgt hij die juist. Dat achterlopen blijft steeds gedurende de ijstijden in stand, en verdwijnt pas op het eind van elke ijstijd. Dat is opnieuw een aanwijzing dat de huidige koppeling tussen CO2 en temperatuur niet is wat velen aannemen.

Het onderzoek wijst verder uit dat het verband tussen die twee parameters ook niet simpel is. Het ene seizoen is het verband duidelijk zoals dat volgens de theorie van het broeikaseffect zou moeten, maar in andere seizoenen is dat juist eerder andersom.

Referenties:
  • Gildor, H & Ghil, M., 2002. Phase relations between climate proxy records: potential effect of seasonal precipitation changes. Geophysical Research Letters 29 (2) 10.1029/2001GL013781.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl