NGV-Geonieuws 33 artikel 271

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2002, jaargang 4 nr. 21 artikel 271

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 33! Op de huidige pagina is alleen artikel 271 te lezen.

<< Vorig artikel: 270 | Volgend artikel: 272 >>

271 'Marskanalen' werden geŽrodeerd door vloeibaar CO2
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De uit science fiction bekende 'kanalen' op Mars bestaan niet. Dat is inmiddels wel duidelijk geworden uit de vele opnamen die van onze nabuurplaneet zijn gemaakt. Maar diezelfde opnamen hebben ook duidelijk gemaakt dat er landschapsvormen - inclusief 'rivierbeddingen' - op Mars bestaan die alleen kunnen worden verklaard door aan te nemen dat ze zijn uitgeschuurd door een stromende vloeistof. Dat werd aanvankelijk als aanwijzing gezien dat er op Mars ooit grote hoeveelheden water aanwezig moeten zijn geweest - met daaraan gekoppeld de hoop dat er nu (bijv. ondergronds) ook nog water aanwezig is; met alle mogelijke consequenties voor het bestaan van leven, hoe primitief ook.

Al eerder werd echter door diverse onderzoekers gesuggereerd dat het onwaarschijnlijk is dat er op Mars ooit dergelijk grote hoeveelheden vloeibaar water aanwezig zouden zijn geweest; vloeibaar CO2 (koolzuur) werd als alternatief enkele malen naar voren geschoven. Onderzoekers van de Amerikaanse Geologische Dienst hebben nu, samen met een Australisch geoloog, nieuwe argumenten aangedragen voor erosie door koolzuurstromen. Ze deden dat op basis van waarnemingen die werden gedaan met een laser-hoogtemeter aan boord van de Mars Orbiter. Daarmee werd een profiel opgenomen door de Hellas-depressie, een bekken van 2000 km in doorsnede, dat ca. 9 km diep is. Deze depressie wordt beschouwd als een inslagkrater, en is de grootste op Mars die nog 'in goede staat' verkeert.

Bij het opstellen van een hoogteprofiel door deze inslagkrater (wat gebeurde met een resolutie van 500 m) vonden de onderzoekers dat twee vulkanische gebieden (Malea en Hesperia Plana) langs de rand van de structuur honderden meters lager zijn dan de naburige gebieden. Nadere analyse van de hellingen aan de binnenzijde van deze twee gebieden toonde de aanwezigheid van oude massieven die met vulkanische gesteenten zijn bedekt. De onderzoekers hebben aanwijzingen dat de gebieden oorspronkelijk even hoog moeten hebben gelegen als de omringende gebieden, maar dat ze aan erosie blootgesteld zijn geweest (en daardoor lager werden) nadat het vulkanisme was opgetreden. De verklaring voor deze volgorde van gebeurtenissen is volgens de onderzoekers dat een vloeistof in de Marskorst (of in magma) werd opgewarmd toen magma uit het inwendige van de planeet opsteeg. Door de verhitting zette de vloeistof uit (waarbij mogelijk ook al een deel verdampte), waardoor de druk toenam. Die druk werd uiteindelijk zo groot dat er een explosieve eruptie optrad, waarbij de bovenliggende gesteenten werden gefragmenteerd en samen met de uit het magma vrijkomende vloeistof in een erosieve stroom omlaag vloeiden. De betrokken vloeistof moet volgens de onderzoekers uit koolzuur hebben bestaan, omdat die stof sneller en verder uitvloeit dan water; dat verklaart de uitgestrektheid van de uitgeschuurde dalen. Bovendien is koolzuur bij lage temperaturen vluchtiger dan water zodat er relatief weinig koolzuurgas in het magma van Mars aanwezig hoeft te zijn geweest om dit proces op gang te brengen. Volgens de onderzoekers kunnen zo ook diverse andere verschijnselen op Mars, waaronder instortingsstructuren en geulen elders, worden verklaard. Ze geven echter wel toe dat er nog veel onzekerheden aan hun theorie kleven.

Referenties:
  • Tanaka, K.L., Kargel, J.S., MacKinnon, D.J., Hare, T.M. & Hoffman, N., 2002. Catastrophic erosion of Hellas Basin rim on Mars induced by magmatic intrusion in volatile-rich rocks. Geophysical Research Letters 10.1029/2001GL13885.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl