NGV-Geonieuws 33 artikel 274

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 November 2002, jaargang 4 nr. 21 artikel 274

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 33! Op de huidige pagina is alleen artikel 274 te lezen.

<< Vorig artikel: 273 | Volgend artikel: 275 >>

274 Ook opkomst van dinosauriŽrs te danken aan inslag
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Aan het tijdperk van de dinosauriŽrs kwam een abrupt einde door de inslag van een hemellichaam op de grens van Krijt en Tertiair. Oud nieuws. Maar nu zijn er - overigens (nog?) niet door iedereen geaccepteerde - aanwijzingen dat ook de snelle opkomst van de dinoís (aan het begin van het Trias, 200 miljoen jaar geleden) gerelateerd is aan een inslag.

De aanwijzingen hiervoor zijn divers, wat de kracht van de hypothese versterkt; ze zijn echter geen van alle echt overtuigend op zichzelf, wat de hypothese minder sterk maakt. Dat sluit echter geenszins uit dat nader onderzoek sterkere aanwijzingen zal opleveren. Het gegeven is in ieder geval interessant genoeg om nader onderzoek te rechtvaardigen, en bovendien is de aard van het inmiddels uitgevoerde onderzoek op zich een (nieuw) bewijs van de stelling dat een aanpak op diverse fronten de meest interessante resultaten kan opleveren.

Een belangrijke pijler van de nieuwe hypothese over de opkomst van de dinoís bestaat uit onderzoek van fossiele voetsporen. Dat gebeurde voor een belangrijk deel door twee amateurpaleontologen: Michael Szajna en Brian Hartline. Zij onderzochten zoveel mogelijk sporen die tal van diergroepen achterlieten in de afzettingen van een lange serie meren in het centrum van het toenmalige supercontinent Pangea. Ze vonden in totaal meer dan 10.000 sporen, en gingen - voor zover mogelijk - na door welke diergroepen die waren achtergelaten. Daarbij bleek dat op de grens van Trias naar Jura een opvallende verandering optrad: het percentage van niet-dino-sporen nam plotseling sterk af, terwijl het percentage dinosporen plotseling steeg van 20% tot meer dan 50%. Kennelijk werd de wereld plotseling veel dinovriendelijker. Dat is des te opvallender omdat tegelijkertijd de vleesetende dinoís plotseling (gemiddeld) tweemaal zo groot werden als tevoren.

Behalve deze plotselinge veranderingen in sporen, bleek op de Trias/Jura-grens op diverse plaatsen ook een verhoogde concentratie van het element iridium op te treden. Bij lange na niet zo sterk als op de K/T-grens, maar toch duidelijk. Althans volgens de pleitbezorgers van de inslaghypothese. Volgens andere onderzoekers kan de concentratie van iridium (enkele malen de 'normale' waarde) echter ook op andere wijze worden verklaard.

Hoe dan ook, binnen 20.000 jaar na het moment waarop het iridiumrijke laagje werd afgezet, bleken alle sporen van reptielen verdwenen in de onderzochte afzettingen. En zoín 10.000 jaar na afzetting van het laagje verschenen de eerste sporen van de dinosoorten die in de Jura zouden gaan domineren. Dat lijkt alles bij elkaar iets teveel voor toeval.

Sterker nog, er waren al eerder aanwijzingen gevonden dat direct na de grens Trias-Jura een sterke opkomst moet hebben plaatsgevonden van varens, zoals dat ook direct na de K/T-grens het geval was. En er waren ook wat kwartskorrels gevonden die 'schokstructuren' vertoonden, net zoals die voorkomen op de K/T-grens. Die aanwijzingen zijn echter lange tijd genegeerd omdat ze op zich te weinig overtuigend waren voor een grote inslag. Maar in combinatie met de nieuwe gegevens ontstaat er toch een tamelijk afgerond beeld. De dinoís lijken zowel hun opkomst als hun ondergang aan een inslag te danken/wijten te hebben.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 2002. Did an impact trigger the dinosaursí rise? Science 296, p. 1215-1216.
  • Olsen, P.E., Kent, D.V., Sues, H.-D., Koeberl, C., Huber, H., Montanari, A., Rainforth, E.C., Fowell, S.J., Szajna, M.J. & Hartline, B.W., 2002. Ascent of dinosaurs linked to an iridium anomaly at the Triassic-Jurassic boundary. Science 296, p. 1305-1307.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl