NGV-Geonieuws 34 artikel 275

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2002, jaargang 4 nr. 22 artikel 275

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 34! Op de huidige pagina is alleen artikel 275 te lezen.

<< Vorig artikel: 274 | Volgend artikel: 276 >>

275 Alaska smelt weg
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De zeespiegel stijgt sneller dan we dachten. Dat is de conclusie die we moeten trekken uit het onderzoek van medewerkers van het Geofysisch Instituut van de Universiteit van Alaska. Zij onderzochten met behulp van laserhoogtemetingen vanuit een vliegtuig de volumeveranderingen van 67 gletsjers in Alaska tussen de midvijftiger en de midnegentiger jaren. Bij 28 gletsjers hebben ze herhalingsmetingen verricht vanaf het midden van de negentiger jaren tot 2000 of 2001. Op basis van hun metingen komen ze niet alleen tot de conclusie dat de gletsjers in Alaska veel sneller afsmelten dan eerder werd aangenomen, maar ook dat de snelheid daarvan toeneemt.

Hoewel de hoeveelheid ijs van de gletsjers in Alaska klein is in vergelijking met die van Antarctica en Groenland, gaat het toch om een niet onaanzienlijke hoeveelheid. De gletsjers van Alaska en het naburige deel van Canada beslaan samen zon 90.000 km2, wat overeenkomt met ca. 13% van het totale aardoppervlak dat door gletsjers wordt ingenomen. In hoeverre het smelten van de gletsjers in Alaska bijdraagt aan zeespiegelstijging, hangt uiteraard af van de representativiteit van de uitgevoerde metingen. Die zou volgens de onderzoekers goed zijn, zodat de voor Alaska gevonden waarden ook gebruikt kunnen worden als redelijke benaderingen voor de afsmelting die wereldwijd plaatsvindt.

Die afsmelting blijkt aanzienlijk, ook als de toename van de ijsmassa als gevolg van de jaarlijkse neerslag in aanmerking wordt genomen. Die bedraagt ter plaatse ca. 4000 mm. Niettemin blijken de gletsjers voortdurend in dikte af te nemen. De onderzoekers komen voor hun eerste meetperiode uit op een gemiddelde van 52 cm/jaar. Als datzelfde zou gelden voor alle gletsjers in Alaska (en de onderzoekers menen dat hun waarde representatief is), dan betekent dit dat er jaarlijks 52 km3 (vanwege onzekerheden plus of min 15 km3) smeltwater van die gletsjers verdwijnt. Dat komt overeen met een zeespiegelstijging van 0,14 (" 0,04) mm per jaar.

De afsmelting die voor de tweede meetperiode werd vastgesteld, is nog sterker. De gemeten gletsjers namen in die periode gemiddeld met 1,8 m/jaar in dikte af. Dat zou voor alle gletsjers in Alaska samen neerkomen op een smeltwaterstroom van 96 (" 35) km3 per jaar, wat voor de afgelopen tien jaar een zeespiegelstijging moet hebben ingehouden van 0,27 (" 0,10) mm. Dit komt overeen met het dubbele van wat wordt aangenomen voor de zeespiegelstijging ten gevolge van het afsmelten van de (veel grotere) ijskap van Groenland. Daarmee is de bijdrage van de gletsjers in Alaska aan de zeespiegelstijging door afsmeltend ijs de grootste die we kennen.

Als de afsmelting op Groenland en Antarctica eveneens zoveel sneller zou gaan dan eerder gedacht, betekent dat een veel snellere zeespiegelstijging dan waarmee nu rekening wordt gehouden. De ongeveer 100 miljoen mensen die minder dan een meter boven zeeniveau wonen, zijn gewaarschuwd.

Referenties:
  • Arendt, A.A., Echelmeyer, K.A., Harrison, W.D., Lingle, C.S. & Valentine, V.B., 2002. Rapid wastage of Alaska glaciers and their contribution to rising sea level. Science 297, p. 382-386.
  • Meier, M.F. & Dyurgerov, M.B., 2002. How Alaska affects the world. Science 297, p. 350-351.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl