NGV-Geonieuws 34 artikel 277

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2002, jaargang 4 nr. 22 artikel 277

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 34! Op de huidige pagina is alleen artikel 277 te lezen.

<< Vorig artikel: 276 | Volgend artikel: 278 >>

277 Kwallen op fossiele kust
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Kwallen zijn wel zon beetje de meest 'waterige' dieren die je je kunt voorstellen. Bij gebrek aan harde bestanddelen is hun kans om te fossiliseren dan ook buitengewoon gering. Dat geldt nog sterker voor zandige sedimenten dan voor fijnkorrelige afzettingen. In Cambrische afzettingen die ontsloten zijn in de Amerikaanse staat Wisconsin hebben drie Amerikaanse aardwetenschappers echter talrijke indrukken gevonden die zo gedetailleerd zijn dat het mogelijk is om ze te herkennen als de afdrukken die op het strand geworpen kwallen hebben achtergelaten.


AFDRUKKEN VAN KWALLEN OP EEN LAAGVLAK UIT EEN CAMBRISCHE STRANDAFZETTING MET GOLFRIBBELS

Dat er zoveel duidelijke sporen zijn achtergelaten, wijst op een aantal zaken. In de eerste plaats moeten er omstandigheden hebben geheerst die talrijke kwallen op het strand wierpen. Dat gebeurt momenteel vooral bij eb en aflandige wind, wanneer de onderstromen naar de kust toe gericht zijn. Wanneer er dan veel kwallen in de strandnabije wateren verkeren (en dat ondiepe kustwater zoeken ze op om zich voort te planten, om te jagen en om beschutting te zoeken voor de zeer hoge golven die bij storm in volle zee kunnen ontstaan), kunnen dan enorme aantallen op het strand terecht komen, zoals maar al te goed bekend is van de Nederlandse stranden.

Veel huidige kwallen hebben een techniek ontwikkeld waarmee ze op ondiepe kustbodems proberen los te komen als ze zijn vastgelopen. Ze keren zich om en proberen zich vol met water te zuigen (ze worden dan bolvormiger en komen makkelijker van de bodem los). Op het strand heeft dat echter een averechts effect omdat ze op die manier veel zand binnenkrijgen; ze sterven daardoor vaak nog eerder dan anders door uitdroging het geval zou zijn geweest. Geologisch gezien is deze techniek echter heel interessant, omdat de met zand gevulde kwal, wanneer hij ontbindt, een klein hoopje zand achterlaat. Daaromheen bevinden zich enkele concentrische ringen die zijn ontstaan bij zijn pompbewegingen. In exceptionele gevallen zijn ook nog indrukken waar te nemen van enkele interne organen, tussen het zandbultje in het centrum en de buitenste concentrische ringen in.

Precies deze structuren zijn nu aangetroffen in de Cambrische zandstenen. Nog interessanter is dat op het niveau waarop de afdrukken van kwallen zich bevinden, ook grote aantallen golfribbels voorkomen. De kwalafdrukken gaan daar overheen. De onderzoekers interpreteren het milieu waarin dit plaatsvond als de kust van een ondiepe lagune, mogelijk een zandige strandwal, waar veelvuldig tropische stormen optraden die kwallen op de kust wierpen.

Referenties:
  • Hagadorn, J.W., Dott Jr., R.H. & Damrow, D., 2002. Stranded on a Late Cambrian shoreline: Medusae from central Wisconsin. Geology 30, p. 147-150.

Afbeelding beschikbaar gesteld door het Permissions Department, Geological Society of America


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl