NGV-Geonieuws 34 artikel 279

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 December 2002, jaargang 4 nr. 22 artikel 279

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 34! Op de huidige pagina is alleen artikel 279 te lezen.

<< Vorig artikel: 278 | Volgend artikel: 280 >>

279 Moessons over Pangea
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het supercontinent Pangea bestreek vrijwel het gehele gebied langs de toenmalige evenaar. Het ging bovendien om een uitgestrekte landmassa. Dat zijn samen ideale omstandigheden voor het optreden van moessons. Dat die daar toen ook werkelijk zijn opgetreden, is duidelijk geworden uit het onderzoek van drie Noord-Amerikaanse aardwetenschappers, die daarbij gebruik hebben gemaakt van een zeer creatieve onderzoeksmethode.

Daarbij isoleerden ze zirkoonkorrels uit loessachtige afzettingen in het westen van de Verenigde Staten. Die afzettingen waren, net als de loess in Limburg, gevormd doordat met de wind meegevoerde deeltjes zich bij afnemende windsnelheid afzetten. Bij windtransport over lange afstanden schuren de meegevoerde korrels vaak zover af dat er nauwelijks iets anders dan fijn stof overblijft; zirkoon is echter zo hard dat er voldoende korreltjes van voldoende afmetingen overbleven om daaraan radiometrische ouderdomsbepalingen uit te voeren (zirkoon bevat bijna altijd een niet-verwaarloosbare hoeveelheid uranium, dat - via een aantal stappen - door natuurlijk verval uiteindelijk wordt omgezet in lood).

Zo konden de onderzoekers de (vaak verschillende) ouderdommen vaststellen van de gesteenten waaruit de zirkoonkorrels afkomstig waren. De richting waarin die moedergesteenten moesten worden gezocht, kon in grote lijnen worden bepaald aan de hand van de scheve gelaagdheid die door de wind in het loessachtige pakket was gevormd). Zo kon voor verschillende plaatsen en voor verschillende tijden het herkomstgesteente van de zirkoon (en daarmee ook van de andere aangevoerde deeltjes) worden bepaald.

Aan de hand van deze gegevens kon gereconstrueerd worden hoe voor de diverse gebieden de overheersende windrichting in de loop van de tijd veranderde. Daarbij kwam naar voren dat - in het westelijk deel van de huidige Verenigde Staten - de wind gedurende het interval van 300-290 miljoen jaar geleden (einde Carboon) vooral uit het noordoosten kwam (met een mindere bijdrage vanuit het zuidoosten als gevolg van de invloed van de toenmalige Intertropische Convergentiezone), maar dat in het begin van het Perm de wind overwegend afwisselend uit het oosten en (vooral) het westen kwam. Dat typeert de overgang van een periode met grootschalige circulatiepatronen in het Laat-Carboon naar een periode met typische moessonwinden gedurende het Vroeg-Perm.

Referenties:
  • Soreghan, M.J., Soreghan, G.S. & Hamilton, M.A., 2002. Paleowinds inferred from detrital-zircon geochronology of upper Paleozoic loessite, western equatorial Pangea. Geology 30, p. 695-698.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl