NGV-Geonieuws 2 artikel 28

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 1999, jaargang 1 nr. 2 artikel 28

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 2! Op de huidige pagina is alleen artikel 28 te lezen.

<< Vorig artikel: 27 | Volgend artikel: 29 >>

28 Discussie over oudste dierlijk leven blijft doorgaan
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Reeds eerder in deze rubriek werd bericht over de discussie die was ontstaan naar aanleiding van waarschijnlijk door dierlijke organismen veroorzaakte structuren in gesteenten waaraan men een ouderdom van 1,1 miljard jaar toeschreef. Die ouderdom werd echter weer in twijfel getrokken na de claim van de Indiase paleontoloog Azmi, dat hij - in een pakket vlak boven de lagen met de kruipsporen - met een elektronenmicroscoop minuscule schelpjes had gevonden die bekend zijn uit gesteenten van zo'n 540 miljoen jaar oud. Met die vondst werd ook de ouderdom van de 'oudste sporen van dierlijke organismen' onzeker. Ook de vondst van die schelpjes werd echter weer ter discussie gesteld: volgens sommige onderzoekers die de SEM-foto's bekeken, ging het niet om schelpjes maar om - inderdaad regelmatige - structuren die door vooralsnog onbekende processen (bij het prepareren?) waren veroorzaakt.

De paleontoloog Sinha, directeur van een paleobotanisch instituut in Lucknow verklaarde daarentegen weer dat Azmi wel degelijk schelpjes had gevonden, zoals hem en enkele andere collega's was gebleken na bestudering van de SEM-foto's. Het begin van het leven blijft altijd intrigeren; dat geldt dus ook voor deze toch al omstreden sporen en schelpjes. Geen wonder dus dat ook binnen de geologische wereld zelf de nodige aandacht aan de discussie wordt besteed.

Dat gebeurde onder meer ook op een bijeenkomst van de Geological Society of America (GSA), die eind oktober plaatsvond. Op die bijeenkomst werd een zitting aan deze controversiŽle materie gewijd. Butterfield, een paleontoloog van de University of Cambridge, meldde daar dat Azmi hem had bezocht en hem monsters ter bestudering had overhandigd. Hij onderzocht die monsters, en kwam tot de conclusie dat het geen fossielen zijn. Op (zwart/witte) SEM-foto's kun je ze er inderdaad mee verwarren, volgens hem, maar bij bestudering onder een gewone microscoop, die het mogelijk maakt om een object van verschillende kanten te belichten en te bekijken, blijkt al snel dat het om niet-organische structuren gaat. Volgens Butterfield gaat het om regelmatige, trapvormige structuren die samenhangen met de gelaagdheid binnen het gesteente en die veroorzaakt zijn gedurende de behandeling van het gesteentemonster met zuren. Twee andere paleontologen uit Cambridge, Morris en Jensen, delen het standpunt van Butterfield; gedrieŽn maakten ze daarvan ook gewag in Science. Een paleontoloog uit Oxford, Martin Brasier (die eerder van mening was dat het om fossielen ging), deelt nu hun mening. Azmir geeft zijn standpunt echter nog niet op.

De discussie over de 'schelpjes' dreigt de controverse over de kruipsporen en hun ouderdom wat te overschaduwen. Op de GSA-bijeenkomst werd duidelijk getwijfeld of het ging om echte sporen. Die twijfel hebben ook Morris, Jensen en Butterfield. Dat het dierlijke leven minimaal zo'n 1,1 miljard oud zou zijn, en dan ook reeds zo ver zou zijn ontwikkeld, werd dan ook door lang niet iedereen op de GSA-bijeenkomst aannemelijk geacht.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 1998. Earliest animals old once more? Science 282, p. 1020.
  • Morris, S.C., Jensen, S. & Butterfield, N.J., 1998. Fossil discoveries in India: continued. Science 282, p. 1265.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl