NGV-Geonieuws 35 artikel 280

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 December 2002, jaargang 4 nr. 23 artikel 280

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 35! Op de huidige pagina is alleen artikel 280 te lezen.

<< Vorig artikel: 279 | Volgend artikel: 281 >>

280 Diepgaande plannen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over het Inwendige van de Aarde !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een van de gebieden waar de ene aardschol onder de andere wegschuift, is de Izu-Bonin-Mariana-Zone. Dat gebeurt daar al heel lang: zo’n 43 miljoen jaar. Deze oude subductiezone, die topografisch onder meer tot uitdrukking komt in de ruim 10 km diepe Marianentrog, is zo’n 2800 km lang en bevindt zich oostelijk en ten zuiden van Japan. Hoewel in grote lijnen eenvoudig, bevat de zone tal van ingewikkelde details die nog niet goed begrepen zijn. Het ontrafelen daarvan zou volgens sommige onderzoekers niet alleen van regionaal belang zijn, maar zelfs kunnen bijdragen aan een beter begrip ten aanzien van de vorming van de eerste continenten. Volgens hen zijn de eerste continenten namelijk gevormd onder vergelijkbare omstandigheden als er nu in deze subductiezone heersen.

Onderzoek daarnaar is echter niet alleen wetenschappelijk ingewikkeld, maar ook kostbaar. Toch zijn er al behoorlijk wat detailstudies uitgevoerd, vooral door Japanse onderzoekers. Maar ook de Amerikaanse National Science Foundation heeft in de laatste jaren enkele miljoenen dollars in zulk onderzoek geďnvesteerd. Dat heeft een groot aantal gegevens opgeleverd, maar die betreffen min of meer op zichzelf staande aspecten, zodat er tot nu toe geen duidelijk totaalbeeld is verkregen.

Zowel betrokken Amerikaanse als Japanse onderzoekers willen het daarom nu systematischer - en bovendien grootschaliger - aanpakken. Daarbij speelt een rol dat de aardkorst in deze zone op bepaalde plaatsen zeer dun is, aanzienlijk dunner zelfs dan oceanische korst gewoonlijk is. Daardoor is het mogelijk om relatief goede seismische 'beelden' van de aardmantel te krijgen: die worden in slechts geringe mate verstoord door de 'ruis' ten gevolge van weerkaatsingen van de opgewekte schokgolven in de aardkorst. Maar men wil ook verder gaan: op een bijeenkomst die in september op Hawaii werd gehouden, werden plannen voor zulk onderzoek in de komende tien jaar gepresenteerd. Die behelzen onder meer het werken vanaf een schip, de Chikyu; dit schip moet volgens planning in 2006 in de vaart komen, en biedt faciliteiten om diep in de zeebodem te boren, zoals dat ook bij eerdere projecten van het Joint Oceanographic Institute for Deepsea Drilling (JOIDES) programma gebeurde. Nu wil men met de boorapparatuur aan boord van dit schip echter een spectaculair resultaat boeken. De Chikyu biedt namelijk de mogelijkheid om 7 km diep te boren. Daarmee moet men in de subductiezone op bepaalde plaatsen door de grens tussen aardkorst en aardmantel (de Mohorovicic-discontinuďteit, kortweg Moho) kunnen boren. Omdat er ook faciliteiten zijn om boorkernen op te halen, zou dit project voor het eerst de mogelijkheid bieden om monsters te nemen waarvan onomstotelijk vaststaat dat ze uit de aardmantel afkomstig zijn.

Overigens zijn er ook al door andere groepen onderzoekers 'claims' op het schip gelegd. De tijd zal eerlijk moeten worden verdeeld, wat waarschijnlijk inhoudt dat trips niet langer dan een jaar mogen duren. Als binnen zo’n korte tijd door de Moho geboord moet worden, zal nog heel wat voorbereidend werk moeten worden verzet.

Referenties:
  • Cyranoski, D., 2002. Ocean geologists hatch plan to probe ancient zone. Nature 419, p. 328.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl