NGV-Geonieuws 35 artikel 283

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 December 2002, jaargang 4 nr. 23 artikel 283

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 35! Op de huidige pagina is alleen artikel 283 te lezen.

<< Vorig artikel: 282 | Volgend artikel: 284 >>

283 Oudste sporen van leven weer ter discussie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het ontstaan van het leven op aarde is nog steeds met veel raadselen omgeven. Dat geldt ook voor de vroegste levensvormen. Daarvan zijn geen echte fossiele restanten aangetroffen. Veel deskundigen gaan ervan uit dat het leven omstreeks 3,8 miljard jaar geleden moet zijn ontstaan, omdat in sedimenten van die ouderdom grafiet is aangetroffen waarvan de koolstofisotopen een onderlinge verhouding hebben die niet past bij koolstof uit de dode natuur, maar die wel verklaarbaar bij een organische herkomst. Het gaat daarbij uiteraard om slechts zeer weinig afwijkende verhoudingen: in de in Groenland aangetroffen sedimenten bleek in hert grafiet de verhouding tussen het isotoop koolstof-13 en het isotoop koolstof-14 ongeveer 2,5% te laag te zijn.

Het onderzoek dat dit destijds aan het licht bracht, veroorzaakte grote opwinding omdat daarmee het begin van het leven op aarde een stuk verder werd teruggedrongen in de tijd. Toch waren er ook toen al kritische geluiden. Zo werd het grafiet met de meest afwijkende isotopensamenstelling gevonden als kleine insluitsels (slechts enkele duizendste van een millimeter groot) in apatietkristallen, afkomstig uit een enkel monster van het carbonaatgesteente. Twijfel was er bij sommigen aan de veronderstelling van de toenmalige onderzoekers dat juist die grafietkorreltjes betrouwbare informatie gaven, omdat ze tegen alle latere invloeden van buitenaf waren beschermd door het omringende apatiet. En het apatiet werd zelf ook beschouwd als een mogelijke aanwijzing voor leven, in analogie met het voorkomen van dit mineraal in fosfaten die neerslaan in sedimenten die rijk zijn aan organisch materiaal.

Nieuw onderzoek gooit echter roet in het eten: onderzoek van 3,8 miljard jaar oude, sterk gemetamorfoseerde sedimenten uit het zuidwesten van Groenland geeft aan dat een dergelijke isotopensamenstelling niet noodzakelijkerwijze op een organische oorsprong wijst. In de onderzochte gesteenten blijkt grafiet namelijk veel voor te komen in carbonaataders die diep in de aardkorst zijn ontstaan als gevolg van het binnendringen van hete (magmatische) vloeistoffen die reageerden met bepaalde bestanddelen van het omringende gesteente. Bij deze hoge-temperatuur-reacties ontstond grafiet door de ontleding van carbonaten met tweewaardig ijzer.

Het blijkt dat de carbonaataders, die uiteraard geen gesteente vormen waarin fossielen kunnen worden aangetroffen, eerder zijn aangezien voor (gemetamorfoseerde) sedimenten waarin wel resten van organisch materiaal aanwezig zouden kunnen zijn. En juist dit grafiet blijkt bij eerder onderzoek als 'bewijs' voor een organische herkomst te zijn gebruikt. Daarmee komt dus ook de isotopensamenstelling van koolstof in sedimenten als bewijs voor een organische oorsprong op de helling te staan.

Referenties:
  • Zuilen, M.A. van, Lepland, A. & Arrhenius, G., 2002. Reassessing the evidence for the earlierst traces of life. Nature 418, p. 627-630.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl