NGV-Geonieuws 35 artikel 284

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 December 2002, jaargang 4 nr. 23 artikel 284

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 35! Op de huidige pagina is alleen artikel 284 te lezen.

<< Vorig artikel: 283 | Volgend artikel: 285 >>

284 Lage vlaktes binnen vulkaan niet altijd het gevolg van instorting
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op 2 april 1995 werd de Fogo, een vulkaan op de Kaapverdische Eilanden, weer actief. Deze vulkaan ligt op een 'hot spot', ongeveer 700 km uit der westkust van Afrika, waar een van de aardschollen zich met een snelheid van ongeveer 9 mm per jaar beweegt. De Fogo is de op drie na grootste vulkaan van de Kaapverdische Eilanden, en was voor de uitbarsting 43 jaar niet actief. In minder dan twee maanden tijd stroomde er zon 46 miljoen kubieke meter lava uit. Die lava stroom richtte zich naar een ongeveer 9 km lange vlakte (op 1700 m hoogte), de Cha des Caldeiras, waar hij een gebied bedekte van 4,7 km2.

Over de Fogo, waarvan 7 of 8 eerdere historische uitbarstingen opgetekend zijn, is weinig bekend Zo zijn de plaats en diepte van de magmakamer niet op basis van geofysische gegevens bekend. Daarom is het des te interessanter wat kan worden opgemaakt uit satellietopnames die (met radarinterferometrie) de hoogteveranderingen van de vulkaan en de directe omgeving hebben geregistreerd.




Uit deze waarnemingen, die de periode van 1993 tot 1998 beslaan (zodat zowel de eruptie als de perioden ervoor en erna inbegrepen zijn), bleek dat het magma dat van onder de Fogo werd opgestuwd afkomstig was uit een smalle zone (een soort intrusie), maar dat er geen sprake kon zijn van een ondiepe magmakamer. Vrijwel zeker moet de magmakamer meer dan 16,5 km diep hebben gelegen, wat inhoudt dat hij zich zelfs betrekkelijk ver onder de aardkorst moet bevinden. Die veronderstelling is des te waarschijnlijker omdat ook de petrologische samenstelling van eerder uitgevloeide lavastromen daarop wijst.

Bij een zo diep gelegen magmareservoir is een totale ineenstorting van de vulkaan bij een heftige eruptie (omdat de vulkaan dan als het ware rust op een min of meer lege magmakamer) onmogelijk. ook de Cha des Caldeiras, die vroeger werd beschouwd als zon instortingsgebied (caldera), kan dan niet zon oorsprong hebben. Dit betekent dat de vlakte van de Cha des Caldeiras waarschijnlijk gevormd is door een gigantische afschuiving, waarbij ook de destijds nog mogelijk bestaande ondiepe (d.w.z. in het bovenste gedeelte van de aardkorst gelegen) magmakamer weggleed, mogelijk tot onder zeeniveau. waarna zich op het zo ontstane lagere gebied later weer een vulkaan ontwikkelde. Een dergelijke gang van zaken kan verklaren waarom ook op andere vulkanische eilanden die deel uitmaken van een eilandenboog (gerelateerd aan de subductie van de ene aardschol onder de andere) niet altijd de verwachte ondiepe magmakamer uit geofysisch onderzoek te voorschijn komt. Het is overigens te verwachten dat zich ion de loop van de geologische tijd weer een ondiepe magmakamer onder de vulkaan kan ontwikkelen. Dat die bij onder meer de Fogo ontbreekt, zou er dan op wijzen dat er sinds de catastrofale afglijding nog onvoldoende tijd is verlopen.

Referenties:
  • Amelung, F. & Day, S., 2002. InSAR observations of the 1995 Fogo, Capo Verde, eruption: implications for the effects of collapse events upon island volcanoes. Geophysical research Letters 10.1029/2001`GL013760, 4 pp.

Afbeelding beschikbaar gesteld door Falk Amelung.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl