NGV-Geonieuws 36 artikel 287

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2003, jaargang 5 nr. 1 artikel 287

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 36! Op de huidige pagina is alleen artikel 287 te lezen.

<< Vorig artikel: 286 | Volgend artikel: 288 >>

287 Klimaatveranderingen in noorden en zuiden vertoonden weinig verband bij einde Pleistoceen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op het noordelijk halfrond traden op het einde van de laatste ijstijd (Weichselien) diverse sterke klimaatfluctuaties op (Bølling, Oude Dryas, Allerød, Jonge Dryas). Op het zuidelijk halfrond was sprake van de Antarctische Koude Omslag. Nog steeds is onduidelijk of - en zo ja: hoe - de fluctuaties op het noordelijk en het zuidelijk halfrond direct met elkaar verband houden. Voor het onderzoek daarnaar wordt in veel gevallen gebruik gemaakt van de sporen die de klimaatfluctuaties hebben achtergelaten in de grote landijskappen: vooral die van Antarctica en Groenland.

Die fluctuaties tijdens een ijstijd (op een schaal van duizenden jaren) konden volgens de bestaande inzichten als volgt worden verklaard. Een koude fase (stadiaal) wordt op het noordelijk halfrond abrupt onderbroken door een opwarming (interstadiaal), waarna weer geleidelijk afkoeling optreedt totdat weer de 'normale' omstandigheden van een ijstijd zijn teruggekeerd. De laatste afkoeling verloopt daarbij zeer snel (deze plotselinge versnelde afkoelingen staan bekend als Dansgaard-Oeschger gebeurtenissen), waarbij ook nog een tweede serie van afkoelingen kan optreden (Heinrich gebeurtenissen). Deze Heinrich gebeurtenissen vertonen in de ijskernen van Groenland weinig sporen, maar worden verondersteld veel invloed te hebben op de thermohaliene circulatie. Op het zuidelijk halfrond ligt de situatie heel anders: daar worden Dansgaard-Oeschger gebeurtenissen voorafgegaan door een langzame opwarming die duizend jaar of langer duurt. Na de plotselinge afkoeling door een Dansgaard-Oeschger gebeurtenis zet de afkoeling zich nog langzaam verder door.

Nieuw onderzoek heeft sterke aanwijzingen opgeleverd dat de afkoeling die op het zuidelijk halfrond plaatsvond aan het begin van de Antarctische Koude Omslag niet direct volgde (zoals eerder werd aangenomen) op de abrupt optredende temperatuurstijging van de Bølling op het noordelijk halfrond, ongeveer 14.500 jaar geleden. Met die vaststelling komt de hypothese onder druk te staan die stelt dat klimaatfluctuaties op het zuidelijk halfrond tijdens de laatste ijstijd een direct gevolg waren van veranderingen in de zogeheten thermohaliene circulatie (het circulatiepatroon van zeestromen onder invloed van warmte- en zout-verschillen in watermassa’s) in het noorden van de Atlantische Oceaan.

Hiermee wordt ook een verklaring voor de diverse temperatuurfluctuaties - en voor de verschillen daarin op het noordelijk en zuidelijk halfrond - moeilijker. Waarschijnlijk leidt een verminderde intensiteit van het thermohaliene circulatiepatroon in de noordelijke Atlantische Oceaan tot een opwarming op het zuidelijk halfrond; dit kan plaatsvinden in minder dan honderd jaar.

Referenties:
  • Morgan, V., Delmotte, M., Ommen, T. van, Jouzel, J., Chappellaz, J., Woon, S., Masson-Delmotte, V. & Raynaud, D., 2002. Relative timing of deglacial climate events in Antarctica and Greenland. Science 297, p. 1862-1864.
  • Stocker, Th.F., 2002. North-South connections. Science 297, p. 1814-1815.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl