NGV-Geonieuws 36 artikel 288

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2003, jaargang 5 nr. 1 artikel 288

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 36! Op de huidige pagina is alleen artikel 288 te lezen.

<< Vorig artikel: 287 | Volgend artikel: 289 >>

288 Datering van diatomeeŽnslik met behulp van aminozuren
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Absolute dateringen met behulp van radioactieve isotopen is goed mogelijk met behulp van koolstof-14 tot ouderdommen van ongeveer 50.000 jaar. Met behulp van radiometrische dateringen die berusten op het radioactieve verval van uranium tot lood, of van kalium tot argon kunnen ouderdommen van meer dan ongeveer een miljoen jaar goed worden gedateerd. Het tussenliggende interval - van ongeveer 50.000 tot 1.00.000 jaar is lange tijd zeer problematisch geweest. Voor kalkgesteenten heeft men daarvoor een methode ontwikkeld op basis van de verhouding tussen de zuurstofisotopen in het carbonaat. Voor siliciklastische gesteenten is dat echter tot nu toe een vrijwel onbetreden gebied geweest.


DIATOMEEEňN

Een groep Japanse onderzoekers van uiteenlopende achtergrond heeft nu een aanzet daartoe gegeven, althans voor sedimenten waarin kiezelwieren (diatomeeŽn) aanwezig zijn. De door hen ontwikkelde methode lijkt geschikt voor de datering van sedimenten tussen ongeveer 10.000 en 350.000 jaar oud. Hij berust op analyse van bepaalde onderdelen van de aminozuren van de diatomeeŽn. Daarbij doet zich wel het probleem voor dat niet iedere diatomeeŽnsoort bij gelijke analyse gelijke resultaten geeft, en dat het in praktijk niet mogelijk is om voldoende aminozuren van ťťn bepaalde soort te verzamelen, omdat het onderscheid van de soorten vaak moeilijk is. Daarom hebben de Japanners een methode ontwikkeld die uitgaat van een 'bulk'analyse van een groot aantal diatomeeŽn, waarbij het gevonden resultaat dus de waarde geeft voor de diatomeeŽninhoud in zijn totaliteit. Experimenten hiermee werden uitgevoerd op basis van monsters uit boorkernen die afkomstig waren van 50į N.B. 165į OL en van 40į N.B. 165 įOL (Stille Oceaan).

Om de resultaten van hun analyses te kunnen toetsen hebben de onderzoekers dezelfde monsters ook gedateerd met de klassieke koolstof-14 methode (voor jonge sedimenten), en met behulp van paleomagnetische gegevens (voor oudere sedimenten). Die toetsingen hebben ze uitgevoerd op twee typen modelberekeningen, om na te gaan welke van de onderzoekers opgestelde modellen voor de 'aminozuurouderdom' het beste overeenkwam met de klassieke dateringsmethoden. Daarbij bleek de op basis van een van de modellen berekende ouderdommen boven een bepaalde ouderdom sterk af te wijken van klassiek verkregen dateringen, maar met behulp van een ander model (dat zij het 'parabolische model' noemen) bleken zeer goede uitkomsten te worden verkregen.

Referenties:
  • Harada, N., Kondo, T., Fukuma, K., Uchida, M., Nakamura, T., Iwai, M., Murayama, M., Sugawara, T. & Kusakabe, M., 2002. Is amino acid chronology applicable to the estimation of the geological age of siliceous sediments? Earth and Planetary Science Letters 198, p. 257-266.

Afbeelding uit archief EcoMare en bewerkt door Gijs van der Paauw. Zie Waddenzee.nl


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl