NGV-Geonieuws 36 artikel 289

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2003, jaargang 5 nr. 1 artikel 289

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 36! Op de huidige pagina is alleen artikel 289 te lezen.

<< Vorig artikel: 288 | Volgend artikel: 290 >>

289 Oorsprong grootste goudvoorkomen eindelijk duidelijker
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Veruit het grootste goudvoorkomen ter wereld bevindt zich in Zuid-Afrika. Het gaat om conglomeraten van 2,89-2,76 miljard jaar oud. In de afgelopen 120 jaar is hieruit zo’n 40% (ca. 48.000 ton) van al het gewonnen goud gehaald, en aangenomen wordt dat het voorkomen - hoewel naar het lijkt over zijn hoogtepunt heen, nog steeds zo’n 35% van alle goudreserves bevat. Uiteraard heeft dit goudvoorkomen veel onderzoek aangewakkerd, maar over het ontstaan van dit enorme goudvoorkomen was eigenlijk nooit overeenstemming ontstaan. De twee belangrijkste hypotheses waren het ontstaan als een sedimentaire placer, en het ontstaan vanuit hydrothermale oplossingen.

Een groep aardwetenschappers uit verschillende landen lijkt nu klaarheid te hebben gebracht. Ze vonden namelijk dat zowel het goud als de afgeronde pyrietfragmenten in het conglomeraat kleine verontreinigingen bevatten met de elementen rhenium en osmium. Vanwege de verhouding daartussen (alsmede vanwege de verhouding tussen twee osmium-isotopen: Os-187 en Os-188) kan de ouderdom van dat goud en dat pyriet worden berekend als 3,03 miljard jaar (" 20 miljoen jaar). Dat betekent dus dat zowel het goud als het pyriet 100-300 miljoen jaar ouder zijn dan het conglomeraat waarin ze voorkomen. Het kan dus niet anders of het zijn deeltjes die uit een ouder gesteente zijn geërodeerd, door rivieren vervoerd en in een bekken geconcentreerd als placer.

Dat dit niet aan de hand van de gouddeeltjes kon worden vastgesteld, is uiteraard te wijten aan de lange geologische geschiedenis die het gesteente sinds zijn ontstaan heeft meegemaakt. Daardoor was het klastische karakter van het goud niet duidelijk meer waar te nemen; van de afgeronde pyriet was dat duidelijker, maar uiteraard had het pyriet in principe klastisch kunnen zijn en het goud hydrothermaal. Dat eenzelfde ouderdom voor het goud en het pyriet is vastgesteld, maakt de conclusie van een ontstaan van het goudvoorkomen als placer nog ondubbelzinniger: kennelijk is destijds een gebied geërodeerd waarin beide in het gesteente voorkwamen.

De hoge goudconcentratie in het conglomeraat en het grote volume ervan zijn ook te verklaren uit een vergelijking met soortgelijke voorkomens van jongere datum. Daaruit blijkt dat de hoeveelheid goud die in de loop der geologische tijd vanuit de mantel is vrijgekomen, min of meer exponentieel met de tijd afneemt. Het voorkomen is dus mede zo rijk aan goud vanwege zijn relatief zeer hoge ouderdom. Daarboven heeft het herhaaldelijk omwerken van eerder gevormde gesteenten geleid tot een steeds verdere verhoging van de concentratie van het goud; door een gelukkige samenloop van omstandigheden is dit goudrijke pakket nooit ten prooi gevallen aan vernietiging door erosie, ook al omdat het geen gebergtevorming heeft doorgemaakt.

Tenslotte maakt het voorkomen van het pyriet (maar ook van mineralen zoals uraniniet) in deze afzettingen - die aan het aardoppervlak werden gevormd - duidelijk dat er geen oxiderende omstandigheden hebben geheerst. Ten tijde van de vorming moet de atmosfeer dus nog (vrijwel) zuurstofloos zijn geweest.

Referenties:
  • Frimmel, H.E., 2002. Genesis of the world’s largest gold deposits. Science 297, p. 1815-1817.
  • Kirk, J., Ruiz, J., Chesley, J., Walshe, J. & England, G., 2002. A major Archean, gold- and crust-forming event in the Kaapvaal Craton, South Africa. Science 297, p. 1856-1858.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl