NGV-Geonieuws 37 artikel 290

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2003, jaargang 5 nr. 2 artikel 290

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 37! Op de huidige pagina is alleen artikel 290 te lezen.

<< Vorig artikel: 289 | Volgend artikel: 291 >>

290 Stalagmiet onthult dipje in paleoklimaat
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ongeveer 8200 jaar geleden vond er in het Holoceen een plotselinge afkoeling plaats. Die afkoeling, die later nooit meer met eenzelfde intensiteit in het Holoceen plaatsvond, is bekend uit Groenland, Europa, Noord-Amerika, Noord-Afrika, Venezuela en het noorden van de Atlantische Oceaan. Op die verschillende plaatsen zijn diverse methoden gebruikt om de plotselinge afkoeling vast te stellen. Nu is daar een heel nieuwe methode bijgekomen, dankzij een aantal Britse en Ierse onderzoekers. Zij onderzochten de opbouw van een stalagmiet in West-Ierland.

Stalagmieten - de op de grond rustende, vaak pilaarvormige, bouwsels van kalksteen in druipsteengrotten, zijn voor hun vorming afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de hoeveelheid grondwater die vanuit het 'dak' van een grot omlaag sijpelt, en de luchtvochtigheid binnen de grond (de kalksteen slaat immers mede neer omdat het grondwater deels verdampt bij het vrijkomen in de grot, zodat het oververzadigd raakt mat de meegevoerde carbonaationen, zodat kalk neerslaat. Dat betekent dat ook het klimaat buiten de grot invloed uitoefent op de wijze waarop een stalagmiet wordt opgebouwd. Door de opbouw van de stalagmiet te analyseren, konden de onderzoekers zo de ontwikkelingen van het destijds heersende klimaat reconstrueren. Ze deden dat zeer gedetailleerd, in feit van maand tot maand, over een periode van tientallen jaren, door de diverse laagjes van de stalagmiet als het ware een voor een af te pellen.

Daarbij keken ze naar het voorkomen in de concentratie van bepaalde elementen, waarbij strontium en fosfor interessante resultaten opleverden, naar de verhouding tussen de zuurstofisotopen in de kalksteen, en naar de aard (petrologie) van de kalksteen. Plotselinge veranderingen in de hoeveelheden strontium en fosfor konden de onderzoekers herleiden tot een droger klimaat, gedurende een tijd van 37 jaar en 6 maanden (de onderzoekers vonden 38 strontiumcycli en 37 fosforcycli). Deze veranderingen traden tegelijk op met veranderingen in de verhouding van de zuurstofisotopen en de petrologie. Binnen deze plotselinge omslag van het klimaat konden de onderzoekers ook weer fluctuaties van een minder extreme aard waarnemen; die blijken toe te schrijven te zijn aan wisselende gemiddelden van neerslag per seizoen.

De gegevens komen goed overeen met wat er van andere plaatsen bekend was over de klimaatomslag: er viel minder sneeuw, en een lagere concentratie methaangas, meer stof en meer zeezout in de atmosfeer wijzen eveneens op drogere omstandigheden. Deze omslag wordt wel in verband gebracht met een verandering van het oceanische circulatiepatroon, mogelijk als gevolg van het plotseling versneld afsmelten van de ijskap die Noord-Amerika bedekte. De onderzoekers suggereren dat de in de stalagmiet gevonden veranderingen een gevolg zouden kunnen zijn van het (vanwege een doorbraak) catastrofale leeglopen van Lake Agassiz, een zeer groot proglaciaal meer in Amerika waarvan bekend is dat het omstreeks 8200-8300 jaar geleden plotseling leegliep, alsmede van Lake Ojibway. Toen moet binnen twintig jaar ongeveer 467.000 kubieke kilometer (!) zoet smeltwater in de Labradorzee zijn uitgestroomd.

Referenties:
  • Baldini, J.U.L., McDermott, F. & Fairchild, I.J., 2002. Structure of the 8200-year cold event revealed by a speleothem trace element record. Science 296, p. 2203-2205.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl