NGV-Geonieuws 37 artikel 291

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2003, jaargang 5 nr. 2 artikel 291

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 37! Op de huidige pagina is alleen artikel 291 te lezen.

<< Vorig artikel: 290 | Volgend artikel: 292 >>

291 Dinosauruspark lijdt onder kostenbesparing
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

    Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op de grens van de Amerikaanse staten Utah en Colorado ligt een van de talrijke geologisch interessante nationale parken van de Verenigde Staten. Dinosaur National Monument beslaat een gebied van 853 km2 waarin veel dinosaurusbotten zijn te vinden, maar het park is vooral bekend door zijn bezoekerscentrum, dat een scheefgesteld laagvlak herbergt waarop de samengespoelde restanten van diverse grote dinosauriŽrs te zien zijn. Hoewel het aantrekken van bezoekers en het geven van informatie een belangrijke taak is van de Amerikaanse nationale parken, wordt er ook veel onderzoek gedaan; zowel zuiver wetenschappelijk als met het oog op het tonen van materiaal aan het publiek.

De Amerikaanse nationale parken, die veel geld kosten, worden de laatste jaren echter met maatregelen geconfronteerd die de hoge kosten moeten terugdringen. Zo moest Dinosaur National Monument een 5-jarenplan opstellen waarbij 9 van de 50 arbeidsplaatsen moesten verdwijnen. Dat plan is in september in de openbaarheid gebracht. Daarbij bleek dat de huidige functies van een preparator en een paleontoloog in de nieuwe situatie zullen worden samengevoegd. Bovendien wordt de tijd die aan onderzoek wordt besteed gehalveerd.

De plannen hebben grote commotie doen ontstaan. Kenneth Carpenter van het Denver Museum of Natural History spreekt zelfs van 'een grote stap terug'. Daarbij doelt hij onder meer op het feit dat het uitprepareren van de dinosaurusresten niet meer volledig door een 'professional' zal worden gedaan. Volgens Susan Richardson, die tot de leiding van het park behoort, zal er echter juist meer aan het prepareren kunnen worden gedaan omdat daarvoor vrijwilligers zullen worden aangetrokken. Juist die opmerking is bij veel paleontologen in het verkeerde keelgat geschoten: ze vinden dat het uitprepareren van vaak unieke vondsten alleen mag worden gedaan door iemand die daarin geschoold is. Weinig of geen vrijwilligers zullen een dergelijke lange scholing kunnen of willen volgen voordat ze 'echt' aan het werk gaan. De tijd die aan dergelijke opleidingen voor vrijwilligers wordt besteed, lijkt de paleontologen dan ook eigenlijk alleen maar verloren tijd. Daarnaast kan het zoeken naar nieuwe vondsten ook niet aan vrijwilligers worden overgelaten, zodat te verwachten is dat de huidige stroom aan bijzondere vondsten snel zal opdrogen.

Dat geldt ook voor andere fossielen dan dinosauriŽrs. De huidige paleontoloog van het park, Dan Chure, heeft enkele fossielen gevonden die behoren tot de oudst bekende fossiele kikkers. Die worden nu onderzocht door Amy Henrici van het Carnegie Museum of Natural History in Pittsburgh. Ze is bang dat ook haar studie zal moeten worden stopgezet bij gebrek aan nieuw materiaal. Bij het hoofdkantoor van de nationale parken vinden de protesten tegen de bezuinigingsmaatregelen echter geen gehoor.

Referenties:
  • Stokstad, E., 2002. Cuts at dino monument angers researchers. Science 298, p. 724.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl