NGV-Geonieuws 37 artikel 292

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Januari 2003, jaargang 5 nr. 2 artikel 292

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 37! Op de huidige pagina is alleen artikel 292 te lezen.

<< Vorig artikel: 291 | Volgend artikel: 293 >>

292 Ramp in SiberiŽ (1908) door explosie van gas
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Op 30 juni 1908 vond in de uitgestrekte, maar ook vrijwel geheel verlaten bossen van Tunguska in SiberiŽ een ramp plaats die gepaard ging met een enorme knal, die honderden kilometers verder nog hoorbaar was. Onderzoek naar de oorzaak kwam pas jaren later echt op gang. Toen bleek dat vrijwel alle bomen in een gebied met een straal van vele tientallen kilometers als lucifershoutjes tegen de grond waren gesmakt; allemaal gericht als de stralen van een cirkel met Tunguska als middelpunt. De verklaring die voor deze catastrofe werd gegeven - en die tot nu toe nooit werd aangevochten - was dat er een inslag van een hemellichaam had plaatsgevonden: de enige grote inslag in historische tijden. Uit de historie lijkt geen inslag te zijn geweest.


GEVELDE BOMEN AANGETROFFEN DOOR DE 1e EXPEDITIE VAN DE UNIVERSITEIT VAN BOLOGNA IN 1991

Bewijzen voor een inslag zijn er echter niet: er werd geen spoor gevonden van een inslagkrater, en evenmin werden er resten van het ingeslagen materiaal gevonden. Daarom werd algemeen aangenomen dat het ging om een komeet (een soort ijsbol) die onder invloed van de verhitting bij binnenkomst van de atmosfeer nog in de lucht explodeerde, waarna de restanten geheel of grotendeels gesmolten zouden zijn voordat ze de aarde bereikten. De ontploffing zou zo dicht bij het aardoppervlak hebben plaatsgevonden dat de resulterende schokgolf het bos had platgeslagen. Geheel bevredigend was deze verklaring echter niet, omdat er nooit een spoor van het hemellichaam werd gevonden, terwijl ook kometen toch 'ruimtepuin' bevatten.

Op een congres over milieurampen dat in september in Londen werd gehouden, en waar deze catastrofe uitgebreid aan de orde kwam, is nu een nieuwe verklaring voor het verschijnsel gepresenteerd. Andrei Olíkhovatov (vroeger werkzaam op het onderzoeksinstituut van de radioinstrumentindustrie van de voormalige Sovjet-Unie) wees erop dat een grote schokgolf niet kon zijn opgetreden: verslagen van onderzoekers melden immers dat sommige bomen vlakbij het punt waar het hemellichaam in de lucht zou zijn ontploft, niet omgevallen waren. Er moest dus een ander proces in het spel zijn geweest. En zoín ander proces was juist waaraan Wolfgang Kundt, een astrofysicus van de Universiteit van Bonn, had gedacht. Ook hij was fysisch niet gelukkig met de inslaghypothese, en had voor het verschijnsel een andere verklaring gevonden, die bovendien het rechtop blijven staan van bomen toelaat. Hij wees erop dat er, zoals reeds lang bekend is, een grote hoeveelheid aardgas aanwezig is onder de kern van het gebied. Naar zijn mening is door de een of andere oorzaak een grote hoeveelheid van dat gas snel vrijgekomen en ontploft. Door welk proces plotseling zoveel gas kan zijn vrijgekomen dat er een ontploffing mogelijk was die tot zover in de omtrek alle bomen velde, is niet bekend. Olíkhovatov meent dat er een tot nu toe onbekende interactie moet hebben plaatsgevonden tussen processen in de ondergrond en meteorologische verschijnselen. Overigens lijkt het me zelf niet onwaarschijnlijk dat het niet ging om ontsnapt aardgas dat ontplofte, maar om gashydraten. Deze verbinding, die bestaat uit methaan (het belangrijkste bestanddeel van moerasgas) en kristalwater, komt in grote hoeveelheden voor in de ondiepe ondergrond van gebieden met een permanent bevroren bodem (permafrost), zoals die in grote delen van SiberiŽ aanwezig is. Door een kleine verstoring kunnen die gashydraten uiteenvallen in water en methaangas, dat gemakkelijk ontploft en ontvlambaar is. Een lokale verstoring van de grond zou voor het vrijkomen van methaangas kunnen hebben gezorgd, waarna bij een ontploffing van dat gas zoveel verstoring van de grond optrad dat opnieuw gashydraten dissocieerden, waardoor een soort kettingreactie van ontploffingen in gang werd gezet.

Referenties:
  • Holden, C. (ed.), 2002. More theories on Tunguska. Science 297, p. 1803
  • N.B.: een iets afwijkende vorm van dit bericht werd onder de titel 'Meteorietinslag van Tunguska was mogelijk gasexplosie geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (4 oktober 2002).

Afbeelding met toestemming overgenomen van de Photo Gallery van de Tunguska homepage van de Universiteit van Bologna.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl