NGV-Geonieuws 39 artikel 303

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2003, jaargang 5 nr. 4 artikel 303

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 39! Op de huidige pagina is alleen artikel 303 te lezen.

<< Vorig artikel: 302 | Volgend artikel: 304 >>

303 Koollagen ontstaan door extreem hoge rivierafvoer
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Extreem hoge waterstanden in laaglandrivieren mogen dan tegenwoordig veel overlast veroorzaken, aan soortgelijke omstandigheden in het geologische verleden hebben we wel het bestaan van talrijke koollagen te danken. De betrokken koollagen komen voor in Zuid-Brazilië; ze maken deel uit van een pakket dat zich opbouwde vanaf het Carboon tot het Vroeg-Trias. In tegenstelling tot bijna alle andere koollagen uit die tijd bestaan ze voornamelijk uit boomstammen van soms meer dan 30 m lang (en niet ter plaatse gevormde veenresten), die zich hebben opgehoopt aan de voet van een delta.


MENGSEL VAN ZAND EN KOOL UIT DE VERSPOELDE BOOMSTAMMEN

Dat er boomstammen via rivieren in een deltagebied terechtkomen, is niet uitzonderlijk. Wel uitzonderlijk is dat er zoveel boomstammen bij elkaar op de bodem van de zee aan de voet van de delta liggen: bomen drijven nu eenmaal gewoonlijk vanuit de monding van een rivier de zee op, waar ze zich verspreiden onder invloed van stromen en golfwerking. Opvallend is verder dat de nu verkoolde boomstammen vermengd zijn met sediment dat uit zowel grove als fijne deeltjes bestaat (zoals een keileem). De onderzoekers verklaren dit met behulp van waterverzadigd materiaal dat zich afzette op de helling van de delta, af en toe instabiel werd (bijvoorbeeld doordat de helling te steil werd) en als een massa begon af te glijden. In sommige opzichten is dat proces te vergelijken met een modderstroom zoals die van vulkaanhellingen bekend is.

In dit geval hebben de onderzoekers aanwijzingen dat zich in het stroomgebied van de desbetreffende rivier destijds veelvuldig perioden optraden waarin de omstandigheden zorgden voor extreem hoge waterstanden. Zij denken daarbij aan plotselinge doorbraken van stroomopwaarts gelegen enorme bergmeren met smeltwater van de grote gletsjers die destijds in de hoger gelegen gebieden ruimschoots aanwezig waren. Daarbij trad de rivier buiten zijn oevers, en sleurde grote hoeveelheden bomen uit de riviervlakte mee. De kolkende watermassa’s waarin deze boomstammen in het deltagebied waren opgenomen, schuurden in het deltagebied geulen uit. Daarin bleven veel boomstammen steken. Als vervolgens het instabiel geworden sediment aan het schuiven ging, werden de boomstammen met dat sediment mee de helling afgevoerd, als onderdeel van een modderige massa waaruit de boomstammen zich niet konden bevrijden. Zo raakten de aan de voet van de delta, waar de modderige stroom door de geringere helling in snelheid afnam en uiteindelijk tot rust kwam, opgenomen in het sediment. Het enorme aantal boomstammen in relatief weinig sediment was de bron voor deze koollagen waarvan het ontstaan lange tijd een raadsel is gebleven.

Referenties:
  • Begossi, R. & Della Fávera, J.C., 2002. Catastrophic floods as a possible cause of organic matter accumulation giving rise to coal, Paraná Basin, Brazil. International Journal of Coal Geology 52, p. 83-89.

Afbeelding beschikbaar gesteld door Romana Begossi


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl