NGV-Geonieuws 40 artikel 306

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2003, jaargang 5 nr. 5 artikel 306

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 40! Op de huidige pagina is alleen artikel 306 te lezen.

<< Vorig artikel: 305 | Volgend artikel: 307 >>

306 Cycli van El Niño worden steeds duidelijker
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

El Niño, de warme zeestroom die steeds weer na een aantal jaren optreedt en het weer dan wereldwijd beïnvloedt, geeft steeds meer geheimen prijs over de regelmaat van zijn optreden. Dat geldt zowel op korte als op lange termijn. Met het betere inzicht in de cycli van El Niño wordt het steeds beter mogelijk om de effecten daarvan los te zien van andere factoren die het klimaat beïnvloeden, zoals menselijk handelen.

Om de langtermijn cycli na te gaan hebben aardwetenschappers van Stanford University boorkernen uit de bodem van de lagune Pallcacocha (in zuidelijk Ecuador) onderzocht. De vier onderzochte kernen bestaan uit afzettingen die zich gedurende de afgelopen 12.000 jaar ononderbroken opbouwden. De onderzoekers vinden in die afzettingen cycli van steeds 2-8 jaar, die zij kunnen toeschrijven aan El Niño. De cycli uiten zich in afwisselingen van lichtgekleurde anorganische sedimenten en donkerder sedimenten die rijk zijn aan organisch materiaal. De afwisseling die werd gevormd tijdens de laatste 200 jaar kan gecorreleerd worden met historische cycli van El Niño; daarbij blijken de lichtere laagjes te zijn gevormd tijdens intervallen waarin El Niño optrad. De onderzoekers nemen aan dat dat voor de gehele boorkern opgaat. Op basis daarvan concluderen ze dat de warme zeestroom niet steeds even vaak optrad: na de laatste ijstijd werd El Niño geleidelijk aan frequenter, tot omstreeks 1200 jaar geleden. Sindsdien neemt de frequentie geleidelijk af. Daarnaast merken de onderzoekers op dat op deze lange-termijnverandering een kortere cyclus is gesuperponeerd, van omstreeks 2000 jaar; ze relateren deze cyclus, die overeenkomt met een cyclus waarin het gehalte aan C-14 varieert, aan bekende astronomische factoren waardoor de zonne-instraling met een gelijke cyclus varieert.

De cycli die door de medewerkers van Stanford University voor een periode van duizenden jaren zijn gevonden, zijn voor de laatste decennia in veel meer detail onderzocht door aardwetenschappers van de universiteiten van New Hampshire (in Durham) en Iowa (in Iowa City) (*Science*, 18 oktober). Zij onderzochten de verhouding tussen de C-12 en de C-13 isotopen in het mineraal calciet (CaCO3) - het hoofdbestanddeel van kalksteen - van een snel groeiende stalagmiet uit Belize (in de Actun Tunichil Muknal grot). Dat onderzoek is belangwekkend omdat er ter plaatse geen enkele invloed van El Niño op het klimaat te merken is. Niettemin blijkt de verhouding tussen de beide koolstofisotopen sterk te fluctueren, gelijk opgaand met de cycli van El Niño in dezelfde periode (1971-2000). Waarom de cycli van El Niño worden weerspiegeld in een stalagmiet uit een gebied dat niet direct onder invloed van de zeestroom lijkt te staan, is vooralsnog onduidelijk. De onderzoekers vermoeden dat minieme veranderingen in de koolstofcyclus van het regenwoud ter plaatse een rol spelen. De gevonden cycli in de stalagmiet kunnen niet berusten op toeval of op een te grove wijze van bemonstering: de onderzoekers namen ongeveer 1300 monsters, met onderlinge afstanden in de orde van grootte van 20 micron. Daarmee bereikten ze een oplossend vermogen in de orde van een week, bij een ongelukkige samenloop van omstandigheden wellicht een maand. Ze concluderen uit hun bevindingen dat onderzoek van stalagmieten inzicht kan geven in het optreden van El Niño’s in een verder geologisch verleden, wat voor klimaatmodellen van groot belang kan zijn.

Referenties:
  • Frappier, A., Sahagian, D., González, L.A. & Carpenter, S.J., 2002. El Niño events recorded by stalagmite carbon isotopes. Science 298, p. 565.
  • Moy, Chr.M., Seltzer, G.O., Rodbell, D.T. & Anderson, D.M., 2002. Variability of El Niño/Southern Oscillation activity at millennial timescales during the Holocene epoch. Nature 420, p. 162-165.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl