NGV-Geonieuws 40 artikel 308

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 2003, jaargang 5 nr. 5 artikel 308

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 40! Op de huidige pagina is alleen artikel 308 te lezen.

<< Vorig artikel: 307 | Volgend artikel: 309 >>

308 Controverse over massauitstervingen opgelost
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De controverse over de oorzaak van diverse massale uitstervingen in het geologische verleden is een flinke stap dichter bij een oplossing gekomen. De inslag van een groot hemellichaam (onder meer op de grens Krijt/Tertiair, 63 miljoen jaar geleden) die onder meer het uitsterven van de dinosauriŽrs zou hebben veroorzaakt, is bij haast iedereen bekend. Ook veel geologen achten deze inslag de oorzaak van de toen optredende massauitsterving, maar andere aardwetenschappers hebben voor zowel deze als andere massale uitstervingen steeds vastgehouden aan wereldwijde veranderingen van het leefmilieu door fasen van enorm actief vulkanisme. Die twee factoren lijken nu sterk met elkaar verweven.

Dallas Abbott (van het Lamont-Doherty Earth Observatory van Columbia University) en Ann Isley (van de State University of New York), die niet tot een van beide betrokken 'scholen' behoren, hebben dit ontdekt door een analyse van de bekende gegevens (over de laatste 3,8 miljard jaar) over inslagen en het actief opstijgen van zogeheten mantelpuimen (hete massaís magma die vanuit de aardmantel als een pluim opstijgen en zo aan het aardoppervlak vaak versterkt vulkanisme teweegbrengen). Voor de inventarisatie van de tijdstippen van inslagen werden gegevens gebruikt van zowel de aarde als de maan. De maan geeft - doordat inslagkraters nauwelijks zijn geŽrodeerd of ander sedimenten bedekt - belangrijke informatie over perioden dat het aarde/maansysteem veel inslagen te verwerken kregen. De inslagen op aarde en maan traden, bij een datering tot op 45 miljoen jaar nauwkeurig, gelijktijdig op (met een betrouwbaarheid van 97%).

Vergelijking met de bekende optredens van zeer actieve mantelpluimen toonde aan dat die, ook weer bij een datering tot op 45 miljoen jaar nauwkeurig, gelijktijdig optraden met de grote inslagen (met een betrouwbaarheid van 99%). De datering tot op 45 miljoen jaar lijkt weinig nauwkeurig, maar is, zeker bij inslagen van honderden miljoen jaren geleden, niet altijd beter mogelijk. Wel zijn er tien grote inslagen bekend met een datering van minder dan 30 miljoen jaar nauwkeurig, en bij negen van die tien is sprake van een gelijktijdige sterke activiteit van een mantelpluim. Op basis van hun berekeningen komen de onderzoekers tot de conclusie dat er met 97% betrouwbaarheid een directe relatie bestaat tussen grote inslagen en grote, actieve mantelpluimen. Volgens de onderzoekers is het onwaarschijnlijk dat de grote inslagen zelf mantelpluimen hebben veroorzaakt; naar alle waarschijnlijkheid hebben ze reeds bestaande mantelpluimen geactiveerd doordat ze barsten tot diep in de aardkorst of zelfs de aardmantel veroorzaakten.

Gedurende de laatste 120 miljoen jaar moeten statistisch gezien 516 (? 312) inslagen hebben plaatsgevonden van een hemellichaam met voldoende energie om een inslagkrater van minimaal 10 km doorsnede te veroorzaken. Daarvan zijn er slechts 37 teruggevonden. De overige continentale kraters zijn door jongere sedimenten bedekt of ze zijn geŽrodeerd; de meeste kraters (ca. 300) moeten echter in zee liggen (meestal bedekt door sedimenten). Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook van de zeebodem grote basaltuitvloeiingen bekend zijn en dat ook in zee na een inslag massauitstervingen optraden.

Referenties:
  • Abbott, D.H. & Isley, A.E., 2002. Extraterrestrial influences on mantel plume activity. Earth and Planetary Science Letters 205, p. 53-62.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl