NGV-Geonieuws 41 artikel 311

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Maart 2003, jaargang 5 nr. 6 artikel 311

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 41! Op de huidige pagina is alleen artikel 311 te lezen.

<< Vorig artikel: 310 | Volgend artikel: 312 >>

311 Veel onderzeese gashydraten mogelijk al op geringe diepte instabiel
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geofysica ! Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Waar de zee meer dan 300 m diep is, kunnen - vooral langs de randen van de continenten - onder invloed van temperatuur en druk gashydraten in de bodem ontstaan uit methaangas dat kristalwater bindt en dan een soort ijsmassa vormt. Deze gashydraten krijgen steeds meer aandacht, gedeeltelijk omdat ze potentieel gigantische energievoorraden vormen: het gaat om bekende voorraden waarin de hoeveelheid koolstof meer dan 10.000 miljard ton omvat. Winning is overigens nog niet economisch mogelijk.

Gashydraten zijn echter ook om andere redenen van belang. Zo kunnen ze - op dieptes van enkele tientallen tot enkele honderden meters onder de zeebodem - instabiel worden, waarbij ze uiteenvallen in water en methaangas. Mogelijk zijn enkele van de geologische massauitstervingen te wijten aan het zo plotseling vrijkomen van enorme hoeveelheden methaangas, bijv. als gevolg van een inslag of een aardbeving. Ook voor de olie- en gasindustrie vormt het niet erg stabiele karakter van gashydraten een probleem: een onderzeese afschuiving kan al voldoende zijn om een voorkomen van gashydraten instabiel te maken, en bij het uiteenvallen daarvan kunnen olie- of gasleidingen op de zeebodem beschadigd raken, ook al omdat bij het uiteenvallen van gashydraten krachten optreden die nieuwe onderzeese aardverschuivingen kunnen veroorzaken.

Seismisch onderzoek heeft een nieuw licht geworpen op de diepte tot waarop de gashydraten in de zeebodem stabiel zijn. Waar het idee vroeger was dat die diepte in een bepaald gebied overal min of meer gelijk was, daar blijkt uit onderzoek op locaties langs zowel de oost- als de westkust van Noord-Amerika dat er helemaal geen sprake is van zoiets als een vlakke grenslijn tussen de dieptes waarom gashydraat stabiel dan wel juist instabiel is: het gaat om een onregelmatig grensvlak. Vanuit het oogpunt van veiligheid (bijv. bij winning of het leggen van leidingen) is daarbij van groot belang dat er plaatsen voorkomen waarop het grensvlak een soort steile heuvels vormt: op dergelijke plaatsen is de diepte tot waarop de gashydraten stabiel zijn dus veel minder dan in het omringende gebied. Mogelijk zijn dergelijke 'heuvels' gerelateerd aan het voorkomen van breuken. Duidelijk is in ieder geval dat zich ter plaatse methaangas een weg omhoog baant, tot het terecht komt in de ondiepere bodemzone waarin weer stabiel gashydraat kan worden gevormd.

De onderzoeksresultaten suggereren dat de plaatsen waar gashydraten al op relatief geringe diepte instabiel worden, warmer zijn dan hun omgeving; dat zal meestal het geval zijn wanneer de aardwarmte via een breukvlak gemakkelijk omhoog kan. In bepaalde gevallen kan het vlak waarboven gashydraten stabiel zijn bijna tot aan de zeebodem reiken. Een en ander betekent dat op zulke plaatsen zelfs relatief geringe veranderingen in de temperatuur van het bodemwater al het gashydraat ter plaatse instabiel kan maken.

Referenties:
  • Pecher, I.A., 2002. Gas hydrates on the brink. Nature 420, p. 622-623.
  • Wood, W.T., Gettrust, J.F., Chapman, N.R., Spence, G.D. & Hyndman, R.D., 2002. Decreased stability of methane hydrates in marine sediments owing to phase-boundary roughness. Nature 420, p. 656-660.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl