NGV-Geonieuws 42 artikel 319

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 April 2003, jaargang 5 nr. 7 artikel 319

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 42! Op de huidige pagina is alleen artikel 319 te lezen.

<< Vorig artikel: 318 | Volgend artikel: 320 >>

319 Kans op rampzalige inslagen minder groot dan aangenomen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het geologische verleden zijn er diverse momenten van massauitstervingen geweest die, direct of indirect, aan de inslag van een groot hemellichaam worden toegeschreven. De bekendste is uiteraard de inslag op de grens tussen Krijt en Tertiair. Niet ieder hemellichaam dat door de aarde wordt ingevangen heeft zon verwoestend effect: de gevolgen hangen af van de snelheid waarmee het hemellichaam de aarde raakt, de hoek waaronder dat gebeurt, en - uiteraard - de grootte. In het geval van de inslag op de grens tussen Krijt en Tertiair betrof het een hemellichaam dat naar alle waarschijnlijkheid zon 10 km in doorsnede was. Gelukkig komen zulke catastrofale botsingen slechts eenmaal per paar honderd miljoen jaar voor. Klein ruimtegruis, dat de aarde continu treft, heeft geen bekende nadelige gevolgen: dat wordt in de dampkring geheel verbrand (vallende sterren). Voor ruimtemateriaal dat meters tot honderden meters in doorsnede is, zijn de effecten slecht bekend, maar ook is de frequentie waarmee dat op aarde terechtkomt nauwelijks bekend. In 1908 werden bij Tunguska (Siberi) honderden kilometers bos platgelegd door wat lange tijd werd beschouwd als de ontploffing, in de atmosfeer, van een hemellichaam, dat dan een doorsnede van ca. 50 m zou moeten hebben gehad (dit verschijnsel bij Tunguska wordt momenteel echter ook op andere wijzen verklaard).


DE PARALLEL GEVELDE BOMEN GEEFT DE RICHTING AAN VAN DE ONTPLOFFINGSGOLF TUNGASKA 1938

Tunguska was zover van de bewoonde wereld vandaan dat er - voor zover bekend - geen slachtoffers zijn gevallen. Zou een meteoriet van 50 m nu echter in een dichtbevolkte streek neerkomen, dan zouden er gemakkelijk vele miljoenen doden kunnen vallen. Sinds 1918 zit de angst daarvoor er goed in; het feit dat zon ramp in 'onze tijd' heeft plaatsgevonden, heeft ook bij veel beleidsmakers de gedachte doen postvatten dat zon ramp zich betrekkelijk vaak (eens per 200-300 jaar) zou kunnen voordoen, en dat er dus maatregelen moeten worden genomen om zon ramp te voorkomen (nucleair opblazen van zon hemellichaam met raketten ver van de aarde), of om - op zn minst - de effecten ervan te verminderen (grootschalige evacuaties).

Onderzoek heeft nu uitgewezen dat de angst voor een regelmatig optredende grote ramp door de inslag van hemellichamen redelijk overdreven is: brokstukken met een diameter van zon 50-100 m zullen, net als bij Tunguska, redelijk wat schade kunnen veroorzaken (het gaat om een explosie met een kracht van ongeveer 20.000 ton TNT), maar ze zullen de aarde minder vaak treffen dan eerder werd gevreesd.

Het uitgevoerde onderzoek daarnaar was interessant van opzet. Gedurende ruim 8 jaar werden de schokgolven gemeten die ontstaan wanneer een hemellichaam de dampkring binnendringt. Daarbij bleek, zoals verwacht, dat hemellichaam met een grote energie minder vaak ingevangen worden dan kleine hemellichamen. In feite gaat het om een lineair verband. Echt grote hemellichamen zijn in de onderzoeksperiode - gelukkig - niet ingevangen, maar het lineaire verband tussen energie en frequentie is zo duidelijk dat de onderzoekers niet aarzelen om die wetmatigheid ook toe te passen op grotere hemellichamen. Uit die extrapolatie blijkt dat de aarde jaarlijks gemiddeld wordt getroffen door n hemellichaam met een energie van 5000 ton TNT. Een 'Tunguska-achtige' inslag zou gemiddeld eens per 1000 jaar optreden. Een inslag zoals die plaatsvond op de grens tussen Krijt en Tertiair zou ongeveer eens per miljard jaar kunnen plaatsvinden.

Referenties:
  • Brown, P., Spalding, R.E., ReVelle, D.O., Tagliaferri, E. & Worden, S.P., 2002. The flux of small near-Earth objects colliding with the Earth. Nature 420, p. 294-296.
  • Jedicke, R., 2002. Intermediate impact factors. Nature 420, p. 273-274.

Afbeelding met toestemming (zie 292) overgenomen van de Photo Gallery van de Tunguska homepage van de Universiteit van Bologna.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl