NGV-Geonieuws 43 artikel 322

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 April 2003, jaargang 5 nr. 8 artikel 322

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 43! Op de huidige pagina is alleen artikel 322 te lezen.

<< Vorig artikel: 321 | Volgend artikel: 323 >>

322 Monoun-meer nog gevaarlijker dan Nyos-meer
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

    Klik hier om dit artikel af te drukken !

In Geonieuws 154 werd al gewag gemaakt van plannen om koolzuurgas uit de diepte van het Nyos-meer in Kameroen af te tappen. Dat plan werd opgevat toen 1700-1800 mensen de dood hadden gevonden nadat, kennelijk door een verstoring van de 'gelaagde' opbouw van het water, grote hoeveelheden koolzuurgas uit het meer waren vrijgekomen. Dit onzichtbare gas had voor de getroffenen het inademen van voldoende zuurstof onmogelijk gemaakt. Het koolzuurgas dat in het dieptewater is opgelost, is daarin terechtgekomen met andere vulkanische gassen die zich uit de vulkanische ondergrond een weg omhoog banen.

Met de werkzaamheden om het koolzuurgas, via een buis van pvc met een diameter van 10 cm, af te tappen is op 13 januari een begin gemaakt. De bedoeling is om de buis als een soort rietje tot vlak boven de bodem van het meer te brengen. Door vervolgens enig koolzuurgasrijk water op te pompen ontstaat dan een zichzelf in stand houdende water/gasstroom omhoog. Wanneer het koolzuurgasrijke water boven omstreeks 60 m onder de waterspiegel komt, wordt de druk van het bovenliggende water zoveel verminderd dat het opgeloste koolzuurgas bellen gaat vormen (zoals in koolzuurhoudende frisdranken); die bellen stijgen op, verenigen zich met elkaar tot nog grotere bellen, waardoor ze nog sneller gaan stijgen, etc. Met de bellen wordt water mee omhoog getrokken; aan de open bovenzijde van de buis kunnen dat het water en het gas in een gecontroleerde hoeveelheid naar buiten komen. Het opstijgen in de buis veroorzaakt onderin een onderdruk, waardoor opnieuw water omhoog gezogen wordt, etc. Zo hoopt men de overmaat aan opgelost koolzuurgas geleidelijk zover te laten afnemen dat geen gevaar meer ontstaat voor het plotseling vrijkomen van zulke grote hoeveelheden dat daardoor opnieuw doden kunnen vallen.

Dit hele project moet overigens met zeer grote zorgvuldigheid worden uitgevoerd. De technici en wetenschappers die zich daarmee bezig houden zijn zeer bang om het water te verstoren. Dan zou er alsnog immers een ongecontroleerde, gigantische vrijzetting van koolzuurgas kunnen plaatsvinden.

Nog meer zorgen baart inmiddels echter een ander meer in Kameroen, het Monoun-meer. Daar had in 1984, twee jaar voor dat het geval was bij het Nyos-meer, een soortgelijke vrijzetting van koolzuurgas plaatsgevonden. Daarbij waren echter 'slechts' 37 doden gevallen. Dat kreeg destijds weinig aandacht in het toen door interne strijd getroffen gebied. Het Monoun-meer is aanzienlijk kleiner dan het Nyos-meer, en ook veel ondieper. Maar daarin schuilt nu juist het gevaar. Het koolzuurgas - geschat wordt dat het gaat om 28.000 ton - zit er op een diepte van 60 m. Volgend de deskundigen hoeft de waterlaag met het koolzuurgas slechts n meter omhoog te komen om, via de vorming van koolzuurgasbellen, een nieuwe ramp te veroorzaken. Een sterke wind of een afschuiving van sediment onder water (bijv. als gevolg van een aardbeving) zou hiertoe al voldoende kunnen zijn.

Om die reden zijn inmiddels fondsen aangevraagd voor een soortgelijk 'aftap' project als bij het Nyos-meer. Daarmee zou in twee jaar het koolzuurgasgehalte in het meer tot een ongevaarlijke concentratie kunnen worden teruggebracht. Of dat ook bij het Nyos-meer kan op de nu geplande wijze, is overigens nog maar zeer de vraag. Dat meer bevat naar schatting zon 500.000 ton koolzuurgas, en met de huidige aanpak zou het (ook al omdat er voortdurend nieuw koolzuurgas via de ondergrond wordt toegevoerd) zon 30-50 jaar kunnen duren voordat ook in dit meer het koolzuurgasgehalte tot een ongevaarlijke concentratie zal zijn teruggebracht.

In dit opzicht maakt men zich ook steeds meer zorgen over het Kivu-meer, op de grens van Roeanda en Congo. Dat meer bevat zon duizend maal meer koolzuurgas dan het Nyos-meer en het Monoun-meer samen. Daarnaast bevat het ook nog eens zon 55 kubieke kilometer van het zeer brandbare methaangas. Er kwam vorig jaar geen merkbare hoeveelheid gas vrij toen een lavastroom in het meer terechtkwam. Maar het is een gebied met veel tektonische activiteit, en dus kunnen er grote verstoringen optreden die wel tot vrijzetting van enorme hoeveelheden gassen zouden kunnen leiden.

Referenties:
  • Krajick, K., 2003. Efforts to tame second African 'killer lake' begin. Science 299, p. 805.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl