NGV-Geonieuws 43 artikel 324

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 April 2004, jaargang 5 nr. 8 artikel 324

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 43! Op de huidige pagina is alleen artikel 324 te lezen.

<< Vorig artikel: 323 | Volgend artikel: 325 >>

324 Centrum van landijskappen stabiel, randen smelten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Over de veranderingen in omvang van de grote landijskappen op Groenland en Antarctica bestaan veel misverstanden, deels ingegeven door suggestieve (maar niet wetenschappelijk verantwoorde) reclamespotjes van Greenpeace. Zulke spotjes doen voorkomen of die ijskappen snel afkalven, en of dat het gevolg is van menselijk handelen (broeikaseffect door ondermeer het verstoken van fossiele brandstoffen). De werkelijkheid is een stuk gecompliceerder. De totale hoeveelheid ijs van deze kappen verandert nauwelijks; de inderdaad optredende terugtrekking van de ijskap op sommige plaatsen lijkt gecompenseerd te worden door meer sneeuwval in het centrale deel als gevolg van de grotere verdamping van zeewater bij de langzaam stijgende temperaturen.

Dat gletsjertongen van de Antarctische ijskap zich op sommige plaatsen terugtrekken, hangt samen met het feit dat de stroomsnelheid van gletsjers plotseling snel kan toe- of afnemen, soms tot meer dan honderdmaal zo snel of zo langzaam als eerder het geval was. Dat komt door de aan- of afwezigheid van een goede 'glijlaag' in de vorm van een waterlaag onder het ijs, die onder druk staat door diverse oorzaken, waaronder het gewicht van de ijsmassa.

Bij afwezigheid van een goede glijlaag beweegt het gletsjerijs zich langzaam. Maar nu lijkt er sprake van versnelde ijsstromen. De vraag die daarbij rijst is of zo’n versnelde ijsstroom in korte tijd zoveel ijs naar de oceaan zou kunnen transporteren dat de huidige zeespiegelstijging (die nu wordt geschat op ca. 20 cm per eeuw) veel sneller zou kunnen gaan plaatsvinden. Dat is moeilijk te voorspellen, maar een goed inzicht hangt nauw samen met een betrouwbaar beeld van de ijsbewegingen, en van de veranderingen die daarin optreden in de loop van de tijd.

Uit waarnemingen blijkt dat het ijs aan de randen van de ijskappen op Groenland en westelijk Antarctica nu in stukken breekt, en dunner wordt waar het ijs in zee uitstroomt. Dat hangt ongetwijfeld samen met de opwarming van het zeewater onder invloed van de mondiale temperatuurstijging. Daarentegen is er geen aanwijzing dat hetzelfde gebeurt met de ijskap op oostelijk Antarctica: versnelde ijsstromen zijn dus geen algemeen verschijnsel. De ijskap lijkt niet merkbaar van volume te veranderen. Hetzelfde geldt voor de ijskap op Groenland: op sommige plaatsen langs de randen lijkt het afsmelten nu iets sneller plaats te vinden dan een eeuw geleden, maar het centrale gedeelte lijkt niet te veranderen.

Hierbij kan worden aangetekend dat veranderingen van de ijsstromen ook uit het historische verleden goed bekend zijn. Dat geldt onder meer voor de ijsstroom die een ijsvlakte (Ross-ijsshelf) voor de kust van Antarctica voedt. Gedurende de laatste paar eeuwen is de grens daarvan herhaaldelijk vooruitgeschoven en weer teruggetrokken, één ijsstroom stopte abrupt, en de richting waarin het ijs zich bewoog veranderde herhaaldelijk. In totaal is de ijsmassa gedurende de laatste eeuwen zelfs toegenomen. In de afgelopen decennia is een andere ijsstroom ongeveer 20% trager gaan bewegen. Er is inmiddels ook meer bekend geworden over een aantal oorzaken van de veranderingen in ijsbewegingen. Een daarvan is de wrijvingswarmte van het ijs over het door het ijs zelf afgezette keileem. Een grotere ijssnelheid levert meer wrijvingswarmte op, waardoor meer ijs aan de basis smelt, waardoor een dikkere (en betere) glijlaag ontstaat. Zo zijn er meer factoren die ervoor zorgen dat de omvang en vorm van de landijskappen, ook wat betreft de daarvan afkomstige gletsjers die nu in zee eindigen, voortdurend blijven veranderen.

Referenties:
  • Raymond, Ch.F., 2002. Ice sheets on the move. Science 298, p. 2147-2148.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl