NGV-Geonieuws 44 artikel 325

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2003, jaargang 5 nr. 9 artikel 325

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 44! Op de huidige pagina is alleen artikel 325 te lezen.

<< Vorig artikel: 324 | Volgend artikel: 326 >>

325 Vergletsjering Antarctica aan begin Oligoceen gevolg van minder CO2 in atmosfeer
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zoín 34 miljoen jaar geleden, op de grens van Eoceen en Oligoceen, begon op Antarctica plotseling een grote ijskap te ontstaan. De reden daarvoor werd tot nu toe, aan de hand van onderzoek dat in de jaren zeventig werd gestart, gezocht in een veranderend patroon van zeestromen. Een nieuw model, waarin atmosfeer, oceaan, ijskap, sediment, paleogeografie, broeikasgassen, astronomische factoren en oceanisch warmtetransport als parameters zijn opgenomen, wijst er echter op dat er waarschijnlijk een heel andere oorzaak is: een afname van het CO2-gehalte in de atmosfeer (omgekeerd broeikaseffect).


ANTARTICA

Het Tertiair had voor het grootste deel een warm klimaat. Er zijn tal van aanwijzingen dat dat het gevolg was van een broeikaseffect: het CO2-gehalte in de atmosfeer zou in het Eoceen ongeveer viermaal zo hoog zijn geweest als voordat, aan het einde van de 19e eeuw, de industriŽle revolutie - met daaraan gepaard de grootschalige inzet van steenkool - begon (sinds het begin van de industriŽle revolutie is het CO2-gehalte in de atmosfeer met ca. 30% gestegen). Volgens het nieuw opgestelde model zou een halvering van dat gehalte (dus tot nog altijd het dubbele van de waarde in het midden van de 19e eeuw!) genoeg zijn geweest om de vergletsjering van Antarctica te laten beginnen.

Het nieuwe model geeft aan dat de afname van het CO2-gehalte 34 miljoen jaar geleden ertoe leidde dat de sneeuw die Ďs winters viel, in de daarop volgende zomer niet geheel wegsmolt. Daardoor werd op de koudere plekken het sneeuwpakket jaar na jaar dikker, en veranderde geleidelijk aan in ijs. Deze landijskappen konden zich vervolgens langzaam uitbreiden. Ongeveer 18 miljoen jaar geleden was Antarctica hierdoor permanent met een ijskap bedekt.

Of het model ook de werkelijkheid weergeeft, moet nog worden nagegaan. Dit zou kunnen door het vroegere CO2-gehalte in de atmosfeer nauwkeurig te reconstrueren. Er zijn inmiddels wetenschappelijke programmaís voor het boren van kernen (ANDRILL en SHALDRIL) die dergelijke gegevens zouden kunnen opleveren. Dat dergelijke boringen de juistheid van het nieuwe model zullen bevestigen, lijkt waarschijnlijk. De met het model berekende ontwikkelingen kloppen namelijk voor relatief kort geleden, zoals aangetoond met boringen vlak voor de continentale helling van Antarctica.

Referenties:
  • Barrett, P., 2003. Cooling a continent,. Nature 421, p. 221-223.
  • DeConto, R.M. & Pollard, D., 2003. Rapid Cenozoic glaciation of Antarctica induced by declining atmospheric CO2. Nature 421, p. 245-249.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl