NGV-Geonieuws 44 artikel 326

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2003, jaargang 5 nr. 9 artikel 326

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 44! Op de huidige pagina is alleen artikel 326 te lezen.

<< Vorig artikel: 325 | Volgend artikel: 327 >>

326 Afzettingen van onderzeese vulkaanuitbarstingen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Veruit het grootste deel van de vulkanische uitbarstingen vindt plaats onder de zeespiegel, in het bijzonder op de midoceanische ruggen. De toppen van de vulkanen - veelal spleetvulkanen die basaltisch magma doen uitvloeien, maar soms steilere vulkanen die zuurder (= stroperiger) lava uitspuwen - liggen meestal op vele honderden meters diepte. De waterdruk is daar zo groot dat het onmogelijk lijkt dat (zoals bij vulkanen op het land wel gebeurt) grote brokstukken (bommen) en fijn materiaal (as) omhoog worden geslingerd. Ook het in het magma opgeloste gas, dat bij het omhoog komen in de kraterpijp van een vulkaan op land door de steeds minder wordende druk bellen gaat vormen en zo bijdraagt tot explosieve uitbarstingen, blijft in een onderzeese vulkaan onder grote druk staan. Ook dat draagt ertoe bij dat, naar men aanneemt, onderzeese uitbarstingen veel rustiger verlopen dan vulkanische erupties op het land.

Modelmatig onderzoek toont nu echter aan dat heftige onderzeese uitbarstingen wel degelijk kunnen voorkomen, zelfs op dieptes van meer dan 3000 m. Twee onderzoekers kwamen tot die conclusie door een systematische analyse van de verschillende manieren waarop magma in onderzeese vulkanen kan opstijgen, in combinatie met de verschillende vormen van eruptie. Ze analyseerden daarvoor zes scenario’s:

  • 1 geen significante hoeveelheid opgeloste gassen die worden uitgebraakt
  • 2 wel gassen maar geen uitstromen van magma
  • 3 zowel gassen en magma worden uitgestoten, waarbij 'fonteinen' optreden zoals we die van Hawaii kennen
  • 4 opbouw van gasdruk in de magmakamer die tot Hawaiiaanse erupties leiden door het in elkaar klappen van de gevormde bellen
  • 5 weinig gassen (die langzaam ontsnappen), maar bij langzaam opstijgend magma toch genoeg om fonteinen te doen ontstaan
  • 6 opbouw van gasdruk bovenin een gang, waardoor plotselinge eruptie optreedt

In de meeste gevallen blijkt inderdaad een rustige uitvloeiing van het magma op te treden, gepaard met het ontsnappen van relatief kleine hoeveelheden gassen. In geval 5, wanneer sprake is van langzaam stijgend magma, kan de gasdruk locaal zo hoog worden (mede doordat de diverse gasbellen zich bij het opstijgen tot steeds grotere verenigen) dat het afkoelende magma in de kraterpijp als het ware door de bellen in stukken wordt gescheurd, welke stukken met de resulterende fontein omhoog het water in worden geblazen. Verder zijn er heel bijzondere omstandigheden om tot een soort vulkanische explosie te komen.

De vulkanische bommen die dus wel kunnen worden gevormd, zijn als regel kleiner dan in het geval van vulkanen op land. Ze komen als regel terecht in een gebied van enkele tientallen meters tot een kilometer rondom de vulkaan. Ze kunnen daar, bij herhaalde uitbarstingen, een pakket vormen dat vele meters dik is.

Referenties:
  • Head III, J.W. & Wilson, L., 2003. Deep marine pyroclastic eruptions: theory and predicted landforms and deposits. Journal of Volcanology and Geothermal Research 121, p. 155-193.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl