NGV-Geonieuws 44 artikel 329

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2003, jaargang 5 nr. 9 artikel 329

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 44! Op de huidige pagina is alleen artikel 329 te lezen.

<< Vorig artikel: 328 | Volgend artikel: 330 >>

329 Aanslag van 11-9-2001 geologisch vastgelegd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

    Klik hier om dit artikel af te drukken !

De aanslag die op 11 september 2001 met twee vliegtuigen werd uitgevoerd op de beide torens van het World Trade Center in New York, heeft geologische sporen nagelaten: in de haven van New York blijkt op de bodem een laagje voor te komen dat door zijn samenstelling de brand van het WTC weerspiegelt. Gezien de grote omvang van de brand lijkt het waarschijnlijk dat ook op andere plaatsen, wellicht tot duizenden kilometers van de plek zelf en mogelijk zelfs wereldwijd, een traceerbaar 'terroristenlaagje' zal worden aangetroffen.

Op 'Ground Zero' hebben drie maanden lang branden gewoed; daarbij zijn veel stoffen tot hoog in de atmosfeer gekomen. Ook de ruimingwerkzaamheden hebben veel typisch stadsstof doen opwaaien. Dat materiaal is later weer teruggezakt naar de aarde, waar het nu een getuigenis vormt van de aanslag, zoals een bijna wereldwijd voorkomend iridiumrijk laagje de getuigenis vormt van de inslag van een groot hemellichaam op de grens tussen Krijt en Tertiair.


GROUND ZERO

De belangrijkste sporen die als zodanig herkenbaar zijn in het laagje slib dat in de dagen na de aanslag in de haven werd afgezet, betreft asdeeltjes met sterk verhoogde concentraties van de elementen calcium (19%), zwavel (6%), strontium (635 microgram/gram), koper (140 microgram/gram) en zink (0,15%). Deze waarden suggereren dat ongeveer 70% van de as afkomstig is van gips; dit wordt ook bevestigd door de verhouding tussen de strontiumisotopen Sr-87 en Sr-86 (0,7088). Daarnaast vertoont het laagje sterk van normale sedimenten afwijkende texturele kenmerken in de vorm van veel draadvormig materiaal (met lengtes van meestal 40-200 micron). Dat het materiaal met deze eigenschappen inderdaad afkomstig moet zijn van het WTC, blijkt uit monsters die het onderzoeksteam op Ground Zero heeft genomen: daar blijken de stof- en asresten gelijksoortig te zijn (en heel anders dan elders van nature voorkomt).

Al direct na de brand ontstond onder medici de vrees dat de vele draadvormige deeltjes gezondheidsproblemen zouden kunnen opleveren. Nu in de directe omgeving van de brand is gebleken dat die deeltjes meestal groter dan 80 micron zijn waardoor ze meestal in de neus of bovenin het ademhalingskanaal worden tegengehouden, is die vrees grotendeels verdwenen. Omdat de verhouding tussen lengte en dikte echter in het algemeen aanzienlijk groter is dan 3, is het niettemin mogelijk dat ze diep in de longen doordringen. Helemaal verdwenen zijn de zorgen dan ook nog niet.

In de neergeslagen materialen kwam, naast andere (licht)radioactieve stoffen ook enig beryllium voor (Be-7). Deze kortlevende isotoop bleek bij het onderzoek tot 6-15 cm in de bodem van de haven te zijn binnengedrongen. De hoeveelheid is echter gering: 2-3 maal de hoeveelheid die van nature.

Referenties:
  • Oktay, S.D., Brabander, D.J., Smith, J.P., Kada, HJ., Bullen, Th. & Olsen, C.R., 2003. WTC geochemical fingerprint recorded in New York harbor sediments. Eos 84, p. 12 + 24-25.

N.B.: een iets afwijkende vorm van dit bericht werd onder de titel 'Sliblaagje in New York getuigt van aanslag op World Trade Center' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (8 maart 2003).

Afbeelding is van Episcopal Church


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl