NGV-Geonieuws 45 artikel 332

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2003, jaargang 5 nr. 10 artikel 332

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 45! Op de huidige pagina is alleen artikel 332 te lezen.

<< Vorig artikel: 331 | Volgend artikel: 333 >>

332 Homerus en Strabo kenden hun geografie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Twee van de meest beroemde literaire werken worden toegeschreven aan een zanger uit de klassieke Griekse oudheid, Homerus. In een van die werken, de Ilias, bezingt hij de strijd van de Grieken tegen Troje. In het tweede werk, de Odyssee, bezingt hij de (langdurige en met veel avonturen in talrijke gebieden gepaard gaande) terugreis van een van de helden, Odysseus, naar zijn huis op Ithaca. Of Homerus werkelijk heeft bestaan, is omstreden. Dat hij de metrische gedichten van de Ilias en de Odyssee zelf heeft gesteld, is zelfs onwaarschijnlijk. Ook aan de correctheid van de beschrijving van de omzwervingen van Odysseus is lang getwijfeld, evenals aan zijn beschrijving van Troje (die stad werd door de Duitse archeoloog Schliemann overigens wel teruggevonden op basis van Homerus’ beschrijvingen!).


HOMERUS

Aan de twijfel met betrekking tot de geografische kennis van Homerus hoeft niet langer te worden getwijfeld. Amerikaanse onderzoekers hebben de karakteristieken van het gebied, zoals dat er 3000 jaar geleden (ten tijde van de Trojaanse oorlog) moet hebben uitgezien, gereconstrueerd en vonden bevestigd wat Homerus bezong.

Troje werd omstreeks 1250 v.Chr. belegerd en later ingenomen door de Spartaanse koning Menelaos, die zo zijn echtgenote (Helena) wilde terughalen, die door Prins Paris was ontvoerd. De belegering en de slag worden door Homerus in veel detail bezongen, waarbij hij ook aan het landschap ruime aandacht schenkt. De Griekse schrijver Strabo nam Homerus’ beschrijving zelfs als uitgangspunt toen hij in de eerste eeuw na Christus (toen het eerder verwoeste Troje weer was opgebouwd onder de naam Nieuw Ilium) zijn boek 'Geografie' schreef.

Het klassieke Troje bevond zich ter plaatse van het huidige Hissarlik in wat nu Turkije is. Archeologen hebben er uitgebreide opgravingen gedaan en ontdekt dat de stad na de inname door Menelaos nog diverse keren is verwoest en weer opgebouwd. De ruďnes die nog zijn overgebleven staan op de rand van een plateau dat uitziet over een riviervlakte van zand en modder; plaatselijk zijn er moerassen. De oorspronkelijke situatie was echter heel anders volgens de onderzoekers. Toen Troje omstreeks 3000 v.Chr. werd gebouwd, lag het aan een grote baai; nu ligt daar de riviervlakte. De oorzaak van deze verandering is dat slib van de toenmalige rivieren Simois en Scamander (de huidige Dumrek Su en Kara Manderes) zoveel slib tot in de baai meevoerden dat de kustlijn zich ter plaatse geleidelijk kilometers ver naar het noorden verplaatste. Troje werd zo van zijn havenfunctie beroofd.

De onderzoekers konden dit reconstrueren door het slib uit de riviervlakte (opgehaald in boorkernen) te dateren met radioactieve koolstof (C-14). Op basis van het materiaal in het slib konden ze vaststellen dat de baai geleidelijk veranderde in een brakwater-lagune, daarna in een moeras, en tenslotte in een riviervlakte.

Volgens Homerus had het Griekse leger zijn kamp opgeslagen langs de kust van de Aegeďsche Zee, ten westen van Troje. De Grieken trokken hun schepen daar 'op het strand van de opkomende zee, ver genoeg weg van de strijd'. Volgens de onderzoekers moet dit kamp gesitueerd zijn geweest op een uitstekende landtong aan het westen van de baai waaraan Troje lag; ze beschermden die landtong tegen Trojaanse aanvallen door het uitgraven van een diepe sloot.

De onderzoekers lokaliseerden ook de 'doorwaadbare plaats in de zachtstromende rivier' (de Scamander) waar de Griekse held Achilles volgens Homerus 'de Trojaanse linies doorbrak' en talrijke Trojanen van de steile rivieroevers in het diepe water joeg.

In Strabo’s tijd had de riviervlakte zich al veel verder noordwaarts uitgebreid, en moet de landtong waarop de Grieken eerder hun kamp hadden opgeslagen, niet of nauwelijks meer als landschappelijk herkenningspunt te vinden zijn geweest. Ook moeten toen de Simois en de Scamander zich al bij elkaar hebben gevoegd voordat ze in de zich steeds verder terugtrekkende baai uitmondden.

Strabo’s interpretatie van de situatie ter plaatse tijdens de Trojaanse oorlog was opvallend correct: hij realiseerde zich al dat de kustlijn door aanslibbing veranderd moest zijn ten opzichte van de door Homerus beschreven situatie. Het ziet er naar uit dat hij ook een juiste conclusie trok toen hij schreef dat het Griekse kamp en de plaats waar de schepen op het strand werden getrokken 20 stadia (ongeveer 4 km) van Ilium aflagen.

Referenties:
  • Kraft, J.C., Rapp, G., Kayan, I. & Luce, J.V., 2003.;mso-ansi-language:EN-GB' Harbor areas at ancient Troy: sedimentology and geomorphology complement Homer’s Iliad.Geology 31, p. 163-165.

Afbeelding uit: http://www.liberliber.it/biblioteca/h/homerus/index.htm


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl