NGV-Geonieuws 45 artikel 333

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2003, jaargang 5 nr. 10 artikel 333

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 45! Op de huidige pagina is alleen artikel 333 te lezen.

<< Vorig artikel: 332 | Volgend artikel: 334 >>

333 Erosiesnelheid Himalaya’s bepaald met effecten van kosmische straling
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Engelse en Zwitserse onderzoekers hebben, met een nieuwe methode, de erosiesnelheid van de Himalaya’s op diverse punten gemeten. De bepaling van de erosiesnelheid is van belang omdat er een terugkoppeling bestaat tussen tektoniek (opheffing, plooiing), klimaat en erosie; een van de redenen hiervan is dat erosie een grotere verweringssnelheid van het gesteente mogelijk maakt, en dat bij het verweren van silicaatgesteenten (en dat zijn de meeste gesteenten) CO2 aan de atmosfeer wordt onttrokken.


EVEREST

Bij de nieuwe methode is gebruik gemaakt van de veranderingen die kosmische straling teweegbrengt in het sediment in de bovenloop en op terrassen van de Ganges, dat bestaat uit van de bergketen geërodeerd materiaal. In de kwartskorrels in dat sediment hebben de onderzoekers de hoeveelheid kosmogene nucliden beryllium-10 en aluminium-26 bepaald. Uit de concentratie in het Ganges-sediment daarvan is de huidige erosiesnelheid van het toeleverende gebergte te bepalen. Het blijkt dat die erosiesnelheid - zoals overigens te verwachten was - het hoogste is in de Hoge Himalaya’s: daar bedraagt hij 2,7 (plus of min 0,3) mm per jaar, wat uitzonderlijk hoog is. Naarmate het gebergte minder hoog is, neemt ook de erosiesnelheid af, en wel tot ongeveer 0,8-0,6 (plus of min 0,3) mm per jaar in de heuvels ten zuiden van de hoge gebergteketens. Uit het onderzoek van de kwarts op de terrassen van de Ganges (die de dalbodem representeren uit vorige fasen, toen de rivier nog minder diep was ingesneden) blijkt dat deze erosiesnelheid al ten minste enkele duizenden jaren gelijk gebleven is; in de laatste paar miljoen jaar is de erosiesnelheid echter wel toegenomen; hierbij moeten - gezien de relatie tussen erosie en landschapsvormen - veranderingen van het klimaat een rol hebben gespeeld. Een opvallende bevinding van de onderzoekers is echter dat ook eerder tamelijk drastische veranderingen in de erosiesnelheid moeten zijn opgetreden, en dat die niet aan klimaatfluctuaties kunnen worden gekoppeld. Het meest waarschijnlijk is dat verschillen in opheffingssnelheid toen de belangrijkste rol speelden.

De gemeten huidige erosiesnelheid blijkt ongeveer gelijk aan de snelheid waarmee verweerd gesteente van de berghellingen afstort (waardoor weer 'vers' gesteente aan het oppervlak komt). Dit betekent dat in de Himalaya’s zelf nauwelijks verweerd gesteente wordt 'vastgehouden', maar dat de Ganges al het verweerde gesteente afvoert. Dat wordt deels in de benedenloop afgezet, deels voor de monding waar in de afgelopen miljoenen jaren een grote delta uit dit materiaal is opgebouwd.

Referenties:
  • Vance, D., Bicle, M., Ivy-Ochs, S. & Kunbik, P.W., 2003. Erosion and exhumation in the Himalaya from cosmogenic isotope inventories of river sediments. Earth and Planetary Science Letters 206, p. 273-288.

http://diwww.epfl.ch/~wuillem/voyages/india95/nepal/nepal.html


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl