NGV-Geonieuws 46 artikel 336

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2003, jaargang 5 nr. 11 artikel 336

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 46! Op de huidige pagina is alleen artikel 336 te lezen.

<< Vorig artikel: 335 | Volgend artikel: 337 >>

336 IJzer als voedingsstof in zee komt vooral via regen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Niet alle diepmariene afzettingen bevatten evenveel fossielen. Dat komt doordat bepaalde gebieden in de oceaan in het oppervlaktewater meer organismen bevatten dan andere: waar geen of weinig organismen met schaaltjes of skeletjes voorkomen, kunnen immers - na het afsterven van die organismen - ook weinig of geen schaaltjes tot op de bodem zinken. De mate waarin organismen in de oppervlaktewateren voorkomen (de bioproductiviteit) hangt nauw samen met de beschikbaarheid van voedingsstoffen. Daartoe behoren onder meer metalen, zoals ijzer. Gebrek aan ijzer is op veel plaatsen in zee een van de belangrijkste redenen van een geringe bioproductiviteit.


UIT IJZEROER WORDT SMEEDIJZER GEWONNEN IN EEN EXPERIMENTELE OVEN

Het ijzer in zee is van verschillende bronnen afkomstig, onder meer rivierwater waarin ijzer in opgeloste vorm voorkomt. Voor gebieden die ver van het land af liggen, is rivierwater uiteraard geen bron van betekenis. Het ijzer in die gebieden is vooral afkomstig van door de lucht aangevoerd stof dat in zee terechtkomt. De stofdeeltjes uit de lucht komen in het water terecht als ze door de wind worden aangevoerd waarna de wind gaat liggen, of via regenbuien uit wolken waarin stofdeeltjes zijn meegevoerd.

IJzer in zee draagt alleen maar bij aan de bioproductiviteit als het in opgeloste vorm voorkomt. In zeewater zelf lost ijzer nauwelijks op, zodat het bij de bioproductiviteit vooral gaat om ijzer dat in opgeloste vorm door de lucht wordt aangevoerd. Tot nu toe werd aangenomen dat 'droge' stofdeeltjes de belangrijkste bron van opgelost ijzer waren, maar onderzoek van medewerkers aan de Universiteit van Princeton (Verenigde Staten) wijst nu anders uit: op basis van modelberekeningen kwamen ze tot de conclusie dat in kustgebieden ongeveer 40% van al het door de lucht aangevoerde opgeloste ijzer afkomstig is van regen, en dat dat voor de open zee zelfs zon 60% is. De onderzoekers schatten dat op deze wijze jaarlijks zon 0,5-4 miljoen kg in regendruppels opgelost ijzer in zee terechtkomt. Dat is niet meer dan 4-30% van al het ijzer dat via de lucht in zee terechtkomt, maar het overgrote deel van het aangevoerde ijzer bevindt zich niet in opgeloste vorm. En het is altijd nog aanzienlijk meer dan het ijzer dat in opgeloste vorm met 'droge' deeltjes in zee terecht komt: daarbij gaat het om slechts 0,6-2,4% van al het aangevoerde ijzer.

De marge van 4-30%, die de onderzoekers aanhouden voor het percentage ijzer dat in opgeloste vorm via regen in zee terechtkomt, is typerend voor de grote onzekerheid die nog bestaat ten aanzien van het vervoer van stof vanaf het land naar zee. De bovenste limiet (30%) is echter wel driemaal van wat tot nu toe algemeen als bovengrens werd aangenomen. Dat in regendruppels zoveel meer opgelost ijzer voorkomt dan eerder werd aangenomen, komt volgens de onderzoekers doordat tijdens het transport van de waterdeeltjes in de vorm van wolken veel stofdeeltjes chemische reacties ondergaan waarbij ijzerionen (in feite: opgelost ijzer) ontstaan.

Referenties:
  • Gao, Y., Fan, S.-M. & Sarmiento, J.L., 2003. Aeolian iron input to the ocean through precipitation scavenging: a modelling perspective and its implication for natural iron fertilizatioon in the ocean. Journal of Geophysical Research 108-D7, p. ACH 7-1 - 7-13 (doi 10.1029/2002JD002420).

Afbeelding en toestemming van Roeland Paardekooper, medewerker Historisch Openluchtmuseum Eindhoven.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl