NGV-Geonieuws 46 artikel 339

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2003, jaargang 5 nr. 11 artikel 339

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 46! Op de huidige pagina is alleen artikel 339 te lezen.

<< Vorig artikel: 338 | Volgend artikel: 340 >>

339 Waterige korst onder Nicaragua
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een keten van vulkanen in Nicaragua stoot lava uit waarvan de samenstelling erop wijst dat ter plaatse een aardschol (via subductie onder een andere schol) naar de diepte verdwijnt - en daar deels wordt opgesmolten tot materiaal dat via de vulkanen weer aan het aardoppervlak terecht komt - met een bijzondere samenstelling. Daaruit lijkt te kunnen worden opgemaakt dat de verdwijnende aardkorst twee- tot driemaal zoveel water bevat als enig ander stuk aardkorst; zelfs de oceanische korst bevat niet zoveel water.

Om dat na te gaan heeft een aantal Amerikaanse aardwetenschappers de snelheid gemeten waarmee schokgolven (veroorzaakt door aardbevingen op meer dan 100 km diepte) zich door het bovenste deel van de naar beneden wegzakkende aardschol voortplanten; de gevonden waarden vergeleken ze met voorspellingen voor de snelheid die geldt voor gehydrateerde mafische (zeer basische) gesteenten). Ze vonden dat die snelheid op 100-150 km diepte, in het bovenste gedeelte van de wegzakkende schol, 14,5% (plus of min 2,2%) lager was dan in het omringende gesteente van de aardmantel. Dat kan verklaard worden door een aanzienlijke hoeveelheid water in de wegzakkende schol; die hoeveelheid zou minstens vijf gewichtsprocent moeten zijn.

De herkomst van die grote hoeveelheid water is niet geheel duidelijk. De onderzoekers opperen de mogelijkheid dat die een gevolg is van een omhoog gerichte stroming van waterige vloeistoffen; dat zou op minimaal 100 km diepte moeten plaatsvinden. De betrokken waterige vloeistoffen zouden kunnen bestaan uit oceaanwater dat bij de subductie mee omlaag wordt 'gezogen', en waarin stoffen uit de aardmantel zijn opgelost. Dat ter plaatse een omhoog gerichte stroom van deze vloeistof bestaat verklaren de onderzoekers doordat de Nicaragua-schol ter plaatse van de subductie uitzonderlijk steil gesteld wordt. Uitgebreide breuksystemen in de directe nabijheid van de wegzakkende schol zouden het binnendringen van de vloeistof in de wegzakkende schol dan nog makkelijker maken.

Zo kan een soort interactie zijn ontstaan waarbij een steil wegzakkende schol gemakkelijk rijk aan water werd, terwijl het 'natte' karakter van de schol het steil wegzakken vergemakkelijkt, evenals het ontstaan van breuken die dan weer bijdragen aan een groter hoeveelheid binnendringend water.

Referenties:
  • Abers, G.A., Plank, T. & Hacker, B.R., 2003. The wet Nicaraguan slab. Geophysical Research Letters 30 (2), doi 10.1029/2002GL015649.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl