NGV-Geonieuws 47 artikel 341

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2003, jaargang 5 nr. 12 artikel 341

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 47! Op de huidige pagina is alleen artikel 341 te lezen.

<< Vorig artikel: 340 | Volgend artikel: 342 >>

341 Het spoor van de duivel
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Nabij de vulkaan Roccamonfina (Campania, Zuid-ItaliŽ) zijn waarschijnlijk verspoelde as-afzettingen bekend met daarin afdrukken die door de lokale bevolking 'duivelssporen' worden genoemd. Voor een deel gaat het om de afdrukken van zoogdieren die over het zachte materiaal liepen en daar hun pootafdrukken in achterlieten; er zijn nu echter ook drie sporen gevonden die naar alle waarschijnlijkheid door hominiden zijn achtergelaten. Dat is opmerkelijk, want het materiaal is gedateerd als 385.000-325.000 jaar oud, en de sporen moeten verwaarloosbaar kort na de vorming van het sediment zijn gemaakt. Daarmee zouden dit de oudste sporen van mensachtige wezens zijn die bekend zijn.


EEN VAN DE SPOREN OP EEN STEILE WAND VAN DE VULKAAN


DETAIL VAN EEN VAN DE VOETSTAPPEN

De sporen wijzen erop dat ze gemaakt zijn door mensachtigen die op twee benen liepen, en die hun handen alleen af en toe gebruikten om hun evenwicht te bewaren op de moeilijk begaanbare, steile vulkaanhelling. De afzonderlijke voetafdrukken zijn ongeveer 20 cm lang en 10 cm breed; hieruit kan worden opgemaakt dat de betrokken hominiden zeker niet kleiner waren dan anderhalve meter. In de voetafdrukken zijn soms voetbal en hiel afzonderlijk te onderscheiden, wat wijst op een gebogen voet (het tegenovergestelde van een platvoet). Er zijn ook afdrukken te zien die mogelijk door de tenen zijn veroorzaakt.

De drie aangetroffen sporen vertonen grote overeenkomsten. De afstand tussen de afzonderlijke indrukken is steeds zoín 60 cm, en de breedte van het spoor is ongeveer 120 cm. Het eerste spoor is 8,6 m lang en omvat 19 voetafdrukken en loopt over een hoogteverschil van 2,91 m. Het was dus klimmen geblazen, en er zijn deformaties die wijzen op uitglijden; ook is hier een hand gebruikt om steun te zoeken. Een ander spoor is 13,4 m lang, met 27 voetafdrukken. Ook dit spoor volgde een steile helling, met een hoogteverschil van 4,26 m; geen wonder dat het spoor een zigzag patroon volgt. Het derde spoor (9,98 m, hoogteverschil 2,56 m) is 9,98 m lang en omvat 10 regelmatige afdrukken.

De pyroklastische afzetting waarin de sporen zijn aangetroffen staan bekend als de Bruine Leucietrijke Tuf (leuciet is een mineraal). Het is een van de eenheden die het mogelijk maken om de ontwikkeling van de vulkanische uitbarsting te reconstrueren. In die ontwikkeling zijn drie belangrijke fasen te onderscheiden. De eerste (die 630.000-385.000 jaar geleden plaatsvond) bestond uit een eruptierijke periode die eindigde met een explosieve fase waarin instorting plaatsvond (daarbij ontstond een caldera); de tweede fase (385.000-325.000 jaar geleden) ging gepaard met tektoniek (verschuivingen), en was de periode waarin de Bruine Leucitische Tuf en latere, soortgelijke eenheden werden gevormd; de laatste fase, waarbij lavaís uitvloeiden, eindigde ongeveer 50.000 jaar geleden.

Referenties:
  • Mietto, P., Avanzini, M. & Rolandi, P., 2003. Human footprints in Pleistocene volcanic ash. Nature 422, p. 133.

Afbeeldingen beschikbaar gesteld door Paolo Mietto


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl