NGV-Geonieuws 47 artikel 342

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2003, jaargang 5 nr. 12 artikel 342

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 47! Op de huidige pagina is alleen artikel 342 te lezen.

<< Vorig artikel: 341 | Volgend artikel: 343 >>

342 Kannibalisme bij een dinosaurus uit Madagaskar
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gedurende het Laat-Krijt bestond noordwestelijk Madagaskar uit vlaktes waarop tal van dieren rondzwierven. Daaronder waren de theropoden Majubgatholus atopus en Masiakasaurus knopfleri. Resten daarvan (en van tal van andere dieren, waaronder vissen, schildpadden, krokodilachtige, sauropoden, vogels en zoogdieren) zijn op diverse plaatsen gevonden in de Maevarano-Formatie (Campanien-Maastrichtien), soms zelfs in spectaculaire 'bottenlagen' die echter vooral bestaan uit botten van Majubgatholus atopus.


a DETAIL VAN TAND VAN MAJUNGATHOLUS ATOPUS EN RIB MET KRASSEN DIE DOOR ZOíN TAND VEROORZAAKT KUNNEN ZIJN
b DETAILS VAN DE TANDENSPOREN

Op drie plaatsen in de Maevarano-Formatie zijn botten aangetroffen waarop sporen te vinden zijn die door tanden moeten zijn gemaakt. Ze moeten, gezien de aanwezige fauna, afkomstig zijn van een van de twee theropoden (de krokodilachtige, Trematochampsa en Mahajangasuchus, hadden kegelvormige tanden die heel andere sporen zou hebben nagelaten), waarvan Masiakasaurus knopfleri echter te klein was om dergelijke sporen achter te laten. Ze moeten dus van Majungatholus atopus afkomstig zijn. Dat wordt bevestigd door de vorm van de vorm van de krassen, in combinatie met de tanden die van deze dinosaurussoort (in een kaakbeen) zijn aangetroffen. Het blijkt dat deze dinosaurus niet alleen bij andere dieren het vlees van de botten afscheurde, maar dat ook deed bij soortgenoten. Het was dus een kannibaal. Daarbij is (nog?) niet vast te stellen of dat kannibalisme zo ver ging dat hij ook levende soortgenoten als prooi ving, of dat het uitsluitend ging om kadavers die als voedsel dienden. Uit de talrijke sporen op de botten in 'bottenalgen' blijkt overigens wel dat de kannibaal in ieder geval karkassen van soortgenoten als voedsel gebruikte.

Kannibalisme is onder dieren overigens niet ongebruikelijk. Van de huidige zoogdieren zijn er minstens veertien soorten die soortgenoten doden en eten; bij talrijke groepen reptielen en vogels gebeurt dat eveneens. Van dinosauriŽrs is daarover echter nog weinig bekend. De meeste gegevens betreffen een soort uit het Trias, Coelophysis bauri, maar juist omtrent het kannibalisme bij die soort zijn onlangs twijfels gerezen: gekraakte botten van juveniele exemplaren van deze soort, waarvan eerder werd aangenomen dat die binnen het lichaam van een volwassen exemplaar zaten, blijken bij nadere beschouwing namelijk iets dieper (in een stratigrafisch iets ouder niveau) te liggen; bovendien zou de hoeveelheid vlees die het volwassen exemplaar moet hebben gegeten - gezien de hoeveelheid botten - de omvang van zijn maag redelijkerwijze te boven zijn gegaan. Er zijn dus niet langer steekhoudende argumenten voor kannibalisme bij Coelophysis bauri. Ook van tyrannosauriden is wel kannibalisme aangenomen, maar het gebit van veel soorten vertoont zoveel gelijke kenmerken dat niet goed is uit te maken welke soort op de botten van een andere tyrannosauride beetsporen heeft achtergelaten. Dat betekent dat de enige soort dinosaurus waarvan kannibalisme waarvan dat nu wel aannemelijk is, Majungatholus atopus is.

Referenties:
  • Rogers, R.R., Krause, D.W. & Rogers, K.C., 2003. Cannibalism in the Madagascan dinosaur Majungatholus atopus. Nature 422, p. 515-518.

Afbeelding beschikbaar gesteld door Ray Rogers


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl