NGV-Geonieuws 47 artikel 344

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Juni 2003, jaargang 5 nr. 12 artikel 344

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 47! Op de huidige pagina is alleen artikel 344 te lezen.

<< Vorig artikel: 343 | Volgend artikel: 345 >>

344 Antarctisch smeltwater veroorzaakte interstadialen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !


IJSKAP IN ANTARCTICA

Op het einde van de laatste ijstijd (het Weichselien) kwamen, voordat de definitieve klimaatverbetering optrad waarin we nu leven, twee warmere perioden voor (warmere fasen in een ijstijd worden 'interstadialen' genoemd): de Bølling en de Allerød. Vrij algemeen werd tot nu toe aangenomen dat deze warmere intervallen verantwoordelijk waren voor de plotselinge zeespiegelstijging van ongeveer 20 m die binnen zo’n 500 jaar plaatsvond, en die ongeveer 14.700 jaar geleden begon. De stijgende temperatuur zou namelijk hebben gezorgd voor het snel afsmelten van een deel van de ijskap die onder meer Noord-Amerika bedekte: enkele honderden jaren lang zou daardoor per seconde zo’n 500.000 kubieke meter smeltwater in de noordelijke Atlantische Oceaan terecht zijn gekomen. Deze zienswijze berust feitelijk op slechts één hard gegeven: het voorkomen van een (nu afgestorven) koraalrif voor de kust van Barbados, dat ooit tot zeeniveau reikte maar nu 20 m onder water ligt; dat rif is gedateerd op 14.235 jaar (Bølling-Allerød).

Oorzaak en gevolg liggen misschien echter heel anders: op basis van modellen komen Canadese en Amerikaanse onderzoekers namelijk tot de conclusie dat er waarschijnlijk meer complexe relaties bestaan, en dat de toevoer van grote hoeveelheden smeltwater naar de oceaan eerder moet hebben plaatsgevonden. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat dat al omstreeks 14.700 jaar geleden gebeurde. Bovendien komen er steeds meer aanwijzingen dat het niet de ijskap van Noord-Amerika is geweest die voor de grootste aanvoer van smeltwater zorgde.

Het nieuwe model komt er op neer dat niet het ijs op het noordelijk halfrond, maar het ijs op het zuidelijk halfrond (Antarctica) een cruciale rol speelde. Het van die ijskap afkomstige smeltwater kwam in het zeer koude oppervlaktewater van de Zuidelijke IJszee terecht. Door het circulatiepatroon van de oppervlaktewateren en de diepe waterlagen zette het smeltwater dat tussen Zuid-Amerika en Antarctica in de Zuidelijke IJszee terechtkwam, een heel nieuw stromingspatroon in werking. Daardoor zou het water in de noordelijke Atlantische Oceaan opgewarmd zijn. Dit kon gebeuren doordat het smeltwater het wegzinken van oppervlaktewater bij Antarctica vertraagde; dat weggezonken water stroomde daarvoor op middendiepte noordwaarts en blokkeerde daarbij een stroming met relatief warm water. Toen die blokkade wegviel, kon dat warmere water wel naar het noorden van de Atlantische Oceaan stromen. Doordat het opgewarmde water zijn warmte deels overdroeg aan de atmosfeer, kon zo op het noordelijk halfrond een tijdelijke klimaatverbetering optreden. Niet alle deskundigen onderschrijven het nieuwe model overigens.

Referenties:
  • Kerr, R.A., 2003. Who pushed whom out of the last Ice Age? Science 299, p. 1645.
  • Weaver, A.J., Saenko, O.A., Clark, P.U. & Mitrovica, J.X., 2003. Meltwater pulse 1A from Antarctica as a trigger of the Bølling-Allerød warm interval. Science 299, p. 1709-1713.

Afbeelding uit Condorjourneys.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl