NGV-Geonieuws 48 artikel 348

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juli 2003, jaargang 5 nr. 13 artikel 348

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 48! Op de huidige pagina is alleen artikel 348 te lezen.

<< Vorig artikel: 347 | Volgend artikel: 349 >>

348 Klimaat niet verantwoordelijk voor uitdroging Middellandse Zee
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Oceanografie ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De Middellandse Zee begon zo’n zesmiljoen jaar geleden op te drogen. Dat ging snel, met als gevolg dat er dikke zoutpakketten direct op diepwaterafzettingen rusten. Deze merkwaardige ontwikkeling, die bekend staat als de 'Messinian salinity crisis' (zoutcrisis van het Messinien), kon plaatsvinden doordat de verdamping van de zee veel groter was dan de aanvoer van de rivieren die in de Middellandse Zee uitmonden. Nu wordt - evenals voor de 'zoutcrisis' - het verdampende water aangevuld door het binnenstromen van water uit de Atlantische Oceaan via de nauwe en ondiepe Straat van Gibraltar. Geconcludeerd moet worden dat die ondiepe zone tijdens het Messinien een drempel vormde waar geen oceaanwater meer over kon binnenstromen.


DE STRAAT VAN GIBRALTAR

De reden daarvoor werd door de meeste geologen gezocht in een zodanige daling van de zeespiegel dat het water de top van de 'drempel' niet meer over kon. Die verklaring is weinig bevredigend, want de sterke indamping wijst op een warm klimaat, terwijl bij hoge temperaturen juist een hoge zeespiegelstand hoort (in verband met afsmelten van landijs). Er zijn daarom ook wel hypotheses gelanceerd die stelden dat de drempel bij Gibraltar (tijdelijk) te hoog werd vanwege tektonische activiteit, maar doorvoor waren tot nu toe geen overtuigende bewijzen.

Een groep Italiaanse aardwetenschappers heeft daarvoor nu wel duidelijke aanwijzingen gevonden. Ze combineerden veldonderzoek in het Ven del Gesso Bekken met gegevens over de diepe ondergrond en vonden dat de chemische neerslag van zouten (ter plaatse voornamelijk gips) daar nauwkeurig 'geregeld' werd door tektonische activiteit. Die trad zowel voor als tijdens het Messinien op, en bepaalde in hoeverre de drempel bij Gibraltar als barrière voor het Atlantische water fungeerde.

Dat verklaart nog niet hoe de in - noodzakelijkerwijs - ondiep gevormde zoutafzettingen direct op diepmariene afzettingen kunnen liggen. Ook daarvoor geeft hun onderzoek echter een verklaring: op z’n minst een deel van die zoutafzettingen is op hellingen aan het glijden gegaan naar de (toen nog bestaande) diepe delen van de Middellandse Zee. De daar liggende pakketten zijn dus niet ter plaatse gevormd. Deze verklaring is des te waarschijnlijker omdat de Middellandse Zee bekend staat als een gebied waarin enorme modderstromen langs de onderzeese hellingen kunnen afglijden; een helling van minder dan een graad is al genoeg om waterverzadigde, fijnkorrelige afzettingen in beweging te krijgen. Aardschokken kunnen daarbij de aanleiding zijn geweest. De onderzoekers konden ook een vroegere helling in zuidzuidwestelijke richting traceren, waarlangs de afglijdingen waarschijnlijk hebben plaatsgevonden.

Referenties:
  • Roveri, M., Manzi, C., Ricci Lucchi, F. & Rogledi, S., 2003. Sedimentary and tectonic evolution of the Vena del Gesso basin (Northern Appennines, Italy): implications for the onset of the Messinian salinity crisis. Geological Society of America Bulletin 115, p. 387-405.

Afbeelding uit http://interhotel.com/gibraltar/en/


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl