NGV-Geonieuws 50 artikel 356

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2003, jaargang 5 nr. 15 artikel 356

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 50! Op de huidige pagina is alleen artikel 356 te lezen.

<< Vorig artikel: 355 | Volgend artikel: 357 >>

356 Het grootste gebied ter wereld met gipsduinen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het zuidwesten van de Verenigde Staten liggen de White Sands. Het zijn duinen van zuiver, helder wit gips. Vanwege het bijzondere karakter ervan (de duinen beslaan een oppervlakte van 400 km2) zijn ze opgenomen in een Nationaal Monument dat ruim 700 km2 groot is, en dat openstaat voor bezoekers. Met de auto kan men er - over veranderlijke gipspaden tussen de steeds van vorm veranderende gipsduinen door - doorheen rijden, maar ook kunnen de duinen worden beklommen.


DUINEN VAN ZUIVER HELDER WIT GIPS

Deze bijzondere duinen zijn ontstaan doordat de wind er gipskristallen aanvoert uit een bijna 20 km breed, 20 m diep gebied waar het gips zich vormt aan de randen van een soort woestijnmeren (playa meren). Dat gebeurt onder de invloed van indamping die plaatsvindt vanwege het droge, woestijnachtige klimaat ter plaatse. De nieuw gevormde gipskristallen worden (deels) door de bijna altijd uit het zuidwesten waaiende wind meegevoerd, waarbij de zachte gipskristalletjes hun kristalvorm door afschuring al snel geheel kwijt zijn. De duinen bestaan dat ook, net als onze kustduinen, uit mooi afgeronde korrels. Er zijn uiteenlopende duintypen aanwezig, zoals dat ook in een zandwoestijn het geval is: barchanen en paraboolduinen, dwarsduinen en koepelvormige duinen.

Het klimaat ter plaatse is niet altijd zo droog geweest als nu: in het Pleistoceen, maar ook nog in het Holoceen, konden daardoor veel grotere meren bestaan dan nu. De oorspronkelijke oevers van die meren zijn nu nog deels in het veld terug te vinden. Er moeten perioden zijn geweest waarin het niveau van die meren stabiel bleef (zodat zich duidelijke kusten konden ontwikkelen, terwijl veranderingen van het waterniveau waarschijnlijk vrij snel plaats vonden. Daardoor kunnen voor het Otero-meer (dat in het Pleistoceen een grote oppervlakte besloeg, maar dat nu als zodanig niet meer bestaat) drie kustniveaus worden onderscheiden, op resp. 1216, 1210 en 1207 m boven zeeniveau.

In het Otero-meer werden sedimenten op de bodem afgezet. Daarin zijn later weer erosieve insnijdingen in gevormd, waardoor er nu ruim 20 kleine playa-meren aanwezig zijn, die soms weer onder te verdelen zijn in subbekkens. Een voorbeeld is het Lucero-meer, dat bedekt is met een korst van wit, poederig gips, met daartussen wat plekken met steenzout. Onder die korst bevinden lagen klei, gipshoudende klei, en gips (in grove kristallen). Er komt vrijwel geen oppervlaktewater in het meer terecht. Dat het niet geheel is opgedroogd komt doordat pekel uit de ondergrond opstijgt. Die pekel is waarschijnlijk te danken aan de uitloging (door regenwater tijdens de schaarse buien) van de indampingsgesteenten die rondom het gebied aanwezig zijn.

Referenties:
  • Langford, R.P., 2003. The Holocene history of the White Sands dune field and influences on eolian deflation and playa lakes. Quaternary International 104, p. 31-39.

Afbeelding welwillend ter beschikking gesteld door Rip Langford


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl