NGV-Geonieuws 50 artikel 357

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Augustus 2003, jaargang 5 nr. 15 artikel 357

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 50! Op de huidige pagina is alleen artikel 357 te lezen.

<< Vorig artikel: 356 | Volgend artikel: 358 >>

357 Aantal geslachten neemt steeds sneller toe
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe minder fossiele soorten we kennen. Vooral in de laatste 65 miljoen jaar lijkt het aantal geslachten continu en steeds sneller te zijn gestegen. Er is langdurig over getwist of deze bevinding ook de realiteit weerspiegelt, of dat het beeld door bepaalde facetten wordt vertroebeld. Zo is duidelijk dat er van geen enkel moment in de geologische geschiedenis zoveel geslachten bekend zijn als van het heden. Dat is eenvoudig te verklaren: het is veel gemakkelijker om nu de planten- en diergroepen in de diverse milieus overal op aarde te inventariseren dan om alle gesteenten uit een bepaalde periode nauwkeurig op de totale fossielinhoud te onderzoeken. In de eerste plaats zijn veel van die gesteenten niet bereikbaar (ze zijn bedekt door jongere lagen of verdwenen door erosie), in de tweede plaats is het moeilijk en kostbaar om dergelijke gesteenten op alle typen fossielen (van macro tot micro) te onderzoeken, ten derde zijn van alle ooit levende organismen maar zeer weinig exemplaren gefossiliseerd, en ten vierde kunnen gefossiliseerde organismen door diagenetische veranderingen (denk bijvoorbeeld aan het inkolingsproces) onherkenbaar worden of zelfs geheel verdwijnen.

Dat er tegenwoordig veel planten- en diergroepen bekend zijn die ook 'ergens' in het geologische verleden als fossiel zijn aangetroffen, betekent automatisch dat die groep ook in de tussenliggende tijd aanwezig moet zijn geweest, ook al is er nooit een fossiel uit die tussenliggende tijd gevonden. Een beroemd voorbeeld is dat van de coelacanth (geslacht Latimeria), een vis waarvan het jongst bekende fossiel uit het Krijt stamt, maar die in de vorige eeuw weer werd opgevist uit zee. Ook in het Tertiair en het Pleistoceen moet dat geslacht dus hebben bestaan.

Een en ander betekent dat het grote aantal geslachten dat we nu kennen het beeld van de biodiversiteit (rijkdom aan verschillende planten- en diergroepen) in het geologisch verleden beïnvloedt. Daarvoor kan in principe worden gecorrigeerd door bij het kijken naar de biodiversiteit het heden buiten beschouwing te laten. Ook dan lijkt het er echter op dat het aantal geslachten in de loop der tijd (met enkele kleine fluctuaties, bijv. door de massauitsterving op de grens Krijt/Tertiair) steeds verder toeneemt.

Een groep Amerikaanse onderzoekers heeft nu kwantitatief onderzocht of er werkelijk sprake is van een continue toename van het aantal geslachten, en of het heden het beeld vertroebelt. Ze konden dat uiteraard niet doen voor alle planten- en diergroepen. Ze beperkten zich daarom tot mariene tweekleppige mollusken. Hun bevindingen zijn opvallend. In de eerste plaats concluderen ze dat 906 van de 958 nu levende geslachten ook al in het Plioceen of Pleistoceen voorkwam. Het heden - met zijn mogelijkheid tot goede inventarisatie - speelt dus slechts een kleine rol (5%) bij het vaststellen van vroegere biodiversiteit. In de tweede plaats stellen ze vast dat het aantal geslachten inderdaad steeds sneller is toegenomen: van bijna nihil 500 miljoen jaar geleden tot iets meer dan 400 op het einde van het Krijt. De massauitsterving op de K/T-grens reduceerde dat aantal tot ca. 250, maar daarna vond weer een steeds snellere toename plaats tot 958 geslachten nu.

Mariene mollusken zijn uitgebreid verzameld en bestudeerd, zowel wat betreft fossiele als recente vormen. Daarom mag worden aangenomen dat het gevonden resultaat de werkelijkheid goed weergeeft. Of dat voor andere diergroepen ook geldt, staat uiteraard niet vast, maar er lijkt weinig reden om aan te nemen dat het bij andere groepen anders zou zijn. Waarom in de loop der tijd het aantal geslachten steeds sneller toeneemt, is overigens een vraag die nog niet beantwoord is.

Referenties:
  • Jablonski, D., Roy, K., Valentine, J.W., Price R.M. & Anderson, Ph.S., 2003. The impact of the pull of the Recent on the history of marine diversity. Science 300, p. 1133-1135.
  • Kerr, R.A., 2003. Life’s diversity may truly have leaped since the dinosaurs. Science 300, p. 1067, 1069.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl