NGV-Geonieuws 3 artikel 36

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 1999, jaargang 1 nr. 3 artikel 36

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 3! Op de huidige pagina is alleen artikel 36 te lezen.

<< Vorig artikel: 35 | Volgend artikel: 37 >>

36 Mummie werd volgens palynologische analyse in het klassieke Rome gebalsemd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie ! Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Mummies zijn uit de klassieke oudheid vooral bekend uit Egypte. De enkele mummies uit de klassieke Romeinse beschaving waren, volgens de algemeen geldende opvatting, ook niet in Europa gebalsemd: Romeinen werden in die tijd begraven of gecremeerd.

In 1964 werd bij bouwwerkzaamheden in een buitenwijk (Grottarossa) van Rome bij toeval een mummie ontdekt. Het ging om een jong meisje van Kaukasische afkomst dat gebalsemd in een marmeren sarcofaag was begraven. Uit diverse analyses bleek al gauw dat het meisje ongeveer acht jaar oud moest zijn geweest, en dat ze tussen 150-200 voor Chr. moest zijn gebalsemd. Waar het balsemen had plaatsgevonden, kon niet direct worden vastgesteld, maar de wijze van balsemen was Egyptisch. De vraag rees niettemin of het ging om een meisje dat in Rome zelf was gebalsemd of dat dat elders was gebeurd, bijv. in Egypte, voor welk land de Romeinse keizers destijds veel interesse toonden.

Een Italiaanse bioloog heeft nu aannemelijk gemaakt dat de balseming niet in Egypte maar ten noorden van de Middellandse Zee - waarschijnlijk dus in Rome zelf - heeft plaatsgevonden. Hij deed dat door pollenanalyse. Tussen de windsels van de mummie werden namelijk weliswaar niet veel, maar wel goed bewaarde stuifmeelkorrels aangetroffen. Daarvan konden de meeste zowel op geslacht als op soort worden gedetermineerd. Van diverse pollen die werden aangetroffen in de harsachtige producten die bij het balsemen waren gebruikt, was bekend dat de desbetreffende soorten veelvuldig voorkomen in dergelijke producten. Het gaat daarbij onder meer om de spar (Abies), de Acacia (Acacia), zonneroosachtigen (Cistaceae) en Commiphora. Van andere plantensoorten was bekend dat ze gebruikt werden als ingrediŽnten van parfums, zalven en soortgelijke stoffen die veelvuldig in Egypte bij het balsemen werden toegepast. Zo werd stuifmeel aangetroffen van alsem (Artemisia), wijnruit (Ruta), ganzevoetachtigen (Cenopodiaceae) en, opnieuw, Commiphora. Al dit stuifmeel zou dus heel goed afkomstig kunnen zijn van de hete, geparfumeerde, hars die over het lichaam van het meisje was uitgegoten. Enkele andere soorten stuifmeel, zoals die van zuring (Rumex) en van grassen (Gramineae), geven weinig bijzondere informatie omdat ze algemeen voorkomen, of zowel van Zuid-Europa als Noord-Afrika bekend zijn. Anders ligt dat bij enkele andere stuifmeelkorrels, zoals die van Mimulopsis en die van Cadaba-achtigen. Deze komen momenteel alleen voor in Noordoost- en tropisch Afrika; ze zijn ook niet bekend van andere gebalsemde lichamen of van 'medicijnen' uit de klassieke oudheid. Deze twee typen stuifmeel zijn waarschijnlijk in de gebruikte harsen terechtgekomen tijdens de vorming (of winning) daarvan, tijdens de bereiding (of de menging met parfums) van zalven, of bij het balsemen. Commiphora komt tegenwoordig vooral voor in SomaliŽ, waar in de klassieke Romeinse tijd veel ingrediŽnten voor het balsemen vandaan kwamen, en in iets mindere mate in Noord-EthiopiŽ. De onderzoeker merkt daarom op dat dit stuifmeel dus gemakkelijk als 'verontreiniging' in ItaliŽ kan zijn geÔmporteerd. Het is volgens hem dus heel goed mogelijk dat de 'mummie van Grottarossa' in ItaliŽ zelf is gebalsemd, al durft hij dat (nog?) niet met Rezekerheid te stellen.

Referenties:
  • Ciuffarella, L., 1998. Palynological analysis of resinous materials from the roman mummy of Grottarossa, second century A.D.: a new hypothesis about the site of mummification. Review of Palaeobotany and Palynology 103, p. 201-208.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Pollenanalyse wijst op mummificatie in klassiek Rome' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (16 januari 1999).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl