NGV-Geonieuws 52 artikel 366

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 September 2003, jaargang 5 nr. 17 artikel 366

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 52! Op de huidige pagina is alleen artikel 366 te lezen.

<< Vorig artikel: 365 | Volgend artikel: 367 >>

366 Nanokristallen op meteoriet tijdig ontmaskerd als pseudofossielen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Mineralen ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het had gemakkelijk opnieuw grote opwinding kunnen veroorzaken, want weer zijn op een meteoriet sporen van leven gevonden. De opwinding zal echter uitblijven, want onderzoek heeft uitgewezen dat deze 'fossiele' sporen moeten zijn ontstaan tijdens de zeventig jaar dat de meteoriet op het aardoppervlak heeft gelegen.


STAAFVORMIGE KRISTALLEN (ELK CA. 80 NM BREED) OP DE METE0RIET TATOUINE.

Het gaat om een meteoriet die in Zuid-TunesiŽ (bij Tataouine) is gevonden, en waarop zeer kleine kristalletjes van het mineraal calciet (CaCO3) waren aangetroffen. Dergelijke kristalletjes (25-300 nm) met een kenmerkende afgeronde vorm zijn op aarde bekend als overblijfselen van nanobacteriŽn. Er is nog steeds een wetenschappelijke strijd gaande over de vraag wanneer dergelijke kristalletjes een organische oorsprong hebben. Daarvoor worden nu als criteria veelvuldig aangehouden: concentratie in kolonieachtige hoopjes, geen oriŽntatie die overeenkomt met die van het onderliggende mineraal, een staafvorm met afgeronde hoeken, en een kleine spreiding in grootte. Aan al deze criteria voldoen de kristalletjes op de bij Tataouine gevonden meteoriet.

Eerder ontstond grote ophef over nanokristalletjes die op een van Mars afkomstige meteoriet werden aangetroffen, en waarvan men - op basis van de hierboven genoemde criteria - geruime tijd dacht dat ze wezen op leven op Mars. Later bleek toch dat die kristalletjes (naar alle waarschijnlijkheid) geen fossiele oorsprong hadden. Die ervaring heeft de onderzoekers van de Tunesische meteoriet terughoudend gemaakt. Ze hebben de meteoriet daarom aan een uiterst nauwgezet onderzoek onderworpen met een vorm van onderzoek die ook in de bodemkunde wordt toegepast (maar met gebruikmaking van bekende technieken zoals scanning electron microscopy - SEM - en transmission electron microscopy - TEM).

De nanokristalletjes op de meteoriet van Tatouine bleken bij dat onderzoek niet zo onafhankelijk van de ondergrond als op het eerste gezicht leek. Ze bleken namelijk in hoge mate geconcentreerd in de buurt van 'draadjes' (filamenten) die afkomstig waren van microorganismen die het oppervlak van pyroxeenkristallen aan de buitenzijde van de meteoriet hadden gekoloniseerd gedurende de ruim zeventig jaar dat de meteoriet in de droge bodem op aarde had doorgebracht. Daarbij was opvallend dat de pyroxeenkristallen op het meteorietoppervlak onder de nanokristalletjes van calciet steeds een kleine (slechts enkele microns diepe) depressie vertoonden. Daaruit moet worden geconcludeerd dat op die plaatsen onder de in de bodem heersende omstandigheden iets gemakkelijker dan elders nanokristalletjes van calciet werden gevormd, terwijl de pyroxeen juist daar iets sterker oploste dan elders.

De calcietstaafjes, die kleine rozetten vormen, bleken bovendien weliswaar uit een enkel calcietkristalletje bestaan, maar daaromheen bleek steeds een dun laagje te zitten met een iets andere samenstelling. Dat laagje zorgt voor de afgeronde hoeken, die dus geen eigenschap van de calcietkristalletjes zelf blijken te zijn. Een dergelijke opbouw is ongewoon voor zuivere calcietkristallen die op natuurlijke wijze ontstaan. Wel kunnen dergelijke vormen tot stand komen onder inwerking van 'afvalproducten' van levende organismen. Volgens de onderzoekers is het dus een samenspel van biologische en niet-biologische bodemprocessen geweest die de staafjes heeft doen ontstaan. Van restanten van buitenaards leven is geen sprake.

Referenties:
  • Benzerara, K., Menguy, N., Guyot, F., Dominici, Vhr. & Gillet, Ph., 2003. Nanobacteria-like calcite single crystals at the surface of the Tataouine meteorite. Proceedings of the National Academy of Sciences, early ed., www.pnas.org/cgi/doi/10.1073/pnas.0832464100, 5 pp.

N.B.: een iets afwijkende vorm van dit bericht werd onder de titel 'Pseudofossielen van meteoriet wijzen niet op sporen van leven' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (9 augustus 2003).

Afbeelding welwillend ter beschikking gesteld door Karim Benzerara van het Laboratoire de Minťralogie-Crystallographie van het Centre National de la Recherche Scientifique (Parijs).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl